Onderzoek

TerInfo verkent wat er aan voorstellingen, kennis, informatie, attitudes en emoties bestaat onder leerlingen, waarover nog maar weinig bekend is. Op deze pagina lees je meer over de manieren waarop wij onderzoek doen, onze eerdere publicaties en hoe jouw school mee kan doen. 

Huidig onderzoek

Kennis- en attitudeonderzoek VO

Wat? Het doel van dit onderzoek is om inzicht te krijgen in de effecten van ons lesmateriaal op de gevoelens en houdingen van leerlingen. In dit onderzoek kijken we vooral naar of en hoe onze les ‘Wat is terrorisme?’ ervoor zorgt dat VO-leerlingen minder angst voor terrorisme ervaren. Daarnaast kijken we naar of en hoe de les het beeld dat leerlingen hebben over terrorisme verandert. 

Hoe? Een exploratief onderzoek, waarbij we de les ‘Wat is terrorisme?’ geven aan verschillende klassen in het voortgezet onderwijs. De leerlingen vullen op twee momenten een vragenlijst in: minimaal een week voor de les en direct na de les. Daarnaast worden enkele leerlingen geïnterviewd.

Kennis- en attitudeonderzoek PO in samenwerking met Kidsweek

Wat? In dit onderzoek zetten we ons eerdere attitudeonderzoek voort, maar dan bij leerlingen in het primair onderwijs (groep 7 en 8). Bij dit onderzoek inventariseren we wat leerlingen uit groep 7 en 8 weten, vinden en voelen met betrekking tot terrorisme.

Hoe? Vragenlijst en interviews met PO-leerlingen uit groep 7 en 8.

Respondenten gezocht!

Ben je een PO- of VO-docent en wil je graag meedoen aan ons onderzoek? Laat het ons dan weten door een mail te sturen naar ter-info@uu.nl.

Inzichten uit eerder onderzoek

Attitudeonderzoek VO en mbo (2019-2020)

Wat? Verkennend onderzoek naar wat leerlingen (VO) en studenten (mbo) weten, vinden en voelen met betrekking tot terrorisme en politiek geweld.

Hoe? Vragenlijst en semigestructureerde interviews met VO-leerlingen en mbo-studenten.

Belangrijkste inzichten:

  • Leerlingen en studenten gaven aan graag meer te willen leren over terrorisme dan ze nu doen. Leerlingen die les kregen over terrorisme gaven aan dat hun eigen houding, en die van hun klasgenoten, veranderde door er meer over te leren. Zo hielp meer informatie ze om gebeurtenissen van schok en urgentie in perspectief te plaatsen en bleek het historiserende kader belangrijk in het bespreken van terrorisme.
  • Leerlingen komen vooral aan informatie over terrorisme via traditionele en sociale media, via hun ouders en andere familieleden. Leerlingen gaan kritisch om met de informatie die ze ontvangen. Zo hebben ze over het algemeen meer vertrouwen in berichten afkomstig van traditionele media, zoals de NOS, dan in berichten die ze doorgestuurd krijgen van hun vrienden of die verschijnen op hun tijdlijn. Als ze iets niet vertrouwen, gaan de jongeren zelf op zoek naar meer informatie via Google. 
  • Aanslagen die verder weg plaatsvinden, veroorzaken minder angst dan aanslagen dichter bij huis. Toch kunnen alle terroristische aanslagen, ook al zijn ze ver weg, een impact hebben op de dynamiek binnen scholen en klassen. Zo gaf één jongen met een islamitische achtergrond aan te worden geconfronteerd met opmerkingen en grapjes nadat een organisatie als IS in het nieuws is geweest.

Lesgeven na de Utrechtse tramaanslag

Wat? Onderzoek naar hoe Utrechtse PO-docenten om zijn gegaan met de terroristische aanslag in Utrecht (18 maart 2019) vlak na de aanslag. Wat waren hun doelen en voor welke dilemma’s kwamen ze te staan? 

Hoe? Semigestructureerde interviews met PO-docenten.

Belangrijkste inzichten:

  • De belangrijkste doelen van de docenten om de aanslag te bespreken bleken enerzijds het geven van emotionele steun en anderzijds het schetsen van een referentiekader en bredere context om te begrijpen wat er gebeurde.
  • De dilemma’s die de docenten benoemden bij het bespreken van de aanslag waren: 1) Een gebrek aan informatie over de aanslag die op dat moment plaatsvond en meer algemene kennis over terrorisme; 2) De zorg dat de docent de angst van leerlingen verhoogt in plaats van vermindert; 3) De vraag welke perspectieven de docent wel en niet toelaat in de klas en 4) Onzekerheid over de richtlijnen vanuit de schoolleiding.

De moord op Samuel Paty bespreken in de klas

Wat? Onderzoek naar hoe VO-docenten de moord op Samuel Paty (16 oktober 2020) hebben besproken in de klas en wat de rol van de TerInfo-lesbrief hierbij was.

Hoe? Vragenlijst en semigestructureerde interviews met VO-docenten.

Belangrijkste inzichten: 

  • De docenten verschilden in hun aanpak over het wel of niet tonen van de spotprent in de les. Docenten die de spotprent wel toonden waren in de meerderheid en deden dit vooral vanwege de nieuwswaarde en om de discussie te starten. De helft van deze docenten gaf aan dat ze dit niet zouden doen als ze leerlingen met een islamitische achtergrond in de klas hadden gehad. De docenten die ervoor kozen om de spotprent niet te tonen, deden dit vooral om de les toegankelijk en veilig voor hun leerlingen en henzelf te houden. Zij bespraken het onderwerp door bijvoorbeeld ongerelateerde spotprenten of een satirische video te tonen. Hierdoor haalden ze de emotionele angel uit het gesprek en keken hun leerlingen met meer afstand naar de aanslag.
  • Docenten contextualiseerden de aanslag aan de hand van de lesbrief van TerInfo en bespraken de democratische basiswaarden met hun leerlingen. Daarna stapten ze af van kennisoverdracht en traden ze op als gespreksleiders. Zij maakten de regels voor een respectvol gesprek duidelijk en stelden duidelijke grenzen. Tijdens het gesprek stuurden de docenten slechts bij door kritische vragen te stellen en door naar de argumentatie van leerlingen te vragen. Op deze manier werden leerlingen uitgedaagd om hun eigen mening te formuleren, hun ideeën te evalueren en naar anderen te luisteren.