4-mei lezing door Bjorn Wansink: Herdenken is stilstaan in een bewegende wereld.

Iedereen is op zoek naar een veilige plek. Met jongeren en kinderen in gesprek gaan over crisis en conflict kan bijdragen aan een hoopvol perspectief op de toekomst. Hierover sprak universitair hoofddocent Bjorn Wansink tijdens de 4-mei herdenking van de Universiteit Utrecht. Hier volgt een verkorte versie van zijn lezing.

Kinderen kunnen de wereld heel krachtig en eerlijk beschrijven. Toen ik over oorlog sprak met mijn zoon, toen acht jaar, zei hij uit het niets: “Met elke dode verliest iedereen.” Ik werd erdoor geraakt. Van kinderen valt veel te leren.

Later keek ik een documentaire over Bernie Glassman (NPO, 2014), een Joodse zenboeddhist die zich actief bezighoudt met vredeswerk. Hij zegt: “Stel de wereld voor als een menselijk lichaam. Alleen de twee armen zijn zich niet bewust dat ze tot hetzelfde lichaam behoren. De ene arm heet Sofie en de andere arm Igor. De arm die Sofie representeert, heeft een enorme wond en bloedt. Igor vraagt zich af of hij Sofie moet helpen, want mogelijk ondervindt hij hier allerlei nadelen van.” 

De onderliggende boodschap is dat als hij Sofie niet helpt, ook Igor uiteindelijk zal sterven als onderdeel van het hele lichaam. Het is een mooie metafoor om de wereld als geheel te zien. We zijn allemaal verbonden en afhankelijk van elkaar. Vanuit deze metafoor gedacht, is het ondenkbaar wat we elkaar in het verleden hebben aangedaan: de Tweede Wereldoorlog, de Shoah en de vele slachtoffers die zijn gevallen door alle oorlogen. Waarom zijn geweld en ontmenselijking ook vandaag de dag nog zo prominent aanwezig in de wereld? 

Veiligheid

Uiteindelijk zijn we allemaal op zoek naar veiligheid en geborgenheid. We willen allemaal onze eigen beschermde plek op deze wereld: kinderen én volwassenen. 

Na de aanslag van Hamas op 7 oktober 2023 op Israël kreeg ik een week later een e-mail van een Joods-Israëlische collega, David. Hij vroeg mij of er ooit een plek zou zijn waar hij en zijn kinderen veilig zouden zijn. Vier weken later kreeg ik een e-mail van een Palestijnse collega, Amina. “Heeft West-Europa dan geen enkele moraal?”, vroeg ze mij retorisch. “Hoe kunnen jullie toekijken hoe Gaza compleet wordt vernietigd?”

Beide collega’s zijn op zoek naar veiligheid en geborgenheid. David is getraumatiseerd en verbonden met de Shoah, waarbij ongeveer 6 miljoen Joden systematisch vermoord zijn door het naziregime en zijn collaborateurs. Amina draagt het trauma van de Nakba en decennia van onderdrukking met zich mee; haar ouders zijn verdreven uit hun eigen huis en land. 

Beide trauma’s zijn existentieel: is er een plek voor mij en mijn kinderen om te kunnen en te mogen zijn? Wie heeft recht op land, onderwijs, of zelfs leven en wie niet? Deze diepe emotionele gevoelens kunnen gemakkelijk gemanipuleerd worden. Ze kunnen leiden tot collectieve haat jegens de ander. Zo komen we in cirkels terecht waarin de haat steeds groter wordt. Dat kan zowel leiden tot terroristische aanslagen als tot genocidaal geweld tegenover de ander.  

De taak van het onderwijs is om alle vormen van ontmenselijking te bestrijden. Wat zetten we als scholen, maar ook als academische gemeenschap, tegenover deze cirkels van haat? Wat leren we met elkaar van ons ons verleden? Met wie blijven we in dialoog en wanneer trekken we een grens?  Soortgelijke vragen werden in onze academische gemeenschap ook in de jaren ’40 gesteld. Het verleden biedt ons daarmee een spiegel om te reflecteren op het heden: een achteruitkijkspiegel die ons helpt bij het navigeren. Geen kant-en-klare antwoorden, want onze toekomst is open; het verleden niet meer. 

Wat hebben we als gemeenschap gedaan voor de 169 slachtoffers die staan op het monument bij de ingang van deze aula? Maar het is makkelijk te oordelen over de mensen in het verleden, bijvoorbeeld over hen die zwegen tijdens de Tweede Wereldoorlog of over collega’s die samenwerkten met de nazi’s. Veel lastiger is het om naar jezelf te kijken. 

Als u morgen in de spiegel kijkt, kunt u uzelf de vraag stellen: wat doe ik, en welke verantwoordelijkheid neem ik om te werken aan vrede en rechtvaardigheid voor iedereen in deze wereld? Waarschijnlijk praat u, net als ik, de moraliteit naar uzelf toe. Het is interessant om te bedenken wie over vijftig jaar deze lezing houdt en hoe deze persoon terugkijkt op ons morele kompas vandaag de dag. Wat zou deze persoon in de toekomst zeggen over het beleid van de overheid, de universiteit en over onze studenten die bijvoorbeeld protesteren?

TerInfo

Kinderen en jongeren kun je moeilijk afschermen van alles wat er op deze wereld gebeurt. Door sociale media, maar ook door wat er op het schoolplein wordt verteld, dringt de gewelddadige wereld hun leven binnen. Het universitaire programma TerInfo, opgericht door Beatrice de Graaf, helpt docenten bij hoe ze les kunnen geven over terrorisme, oorlog en crisis (Wansink et al., 2021, 2024). Inmiddels werk ik 10 jaar als pedagoog en didacticus mee en de uitdagingen lijken helaas steeds groter worden.   

Historiseren

Op momenten van crisis zijn jongeren en volwassenen extra gevoelig voor misinformatie en simplistische verklaringen. We zoeken zekerheid en voorspelbaarheid en vinden veiligheid in de eigen groep. Met TerInfo proberen we juist complexiteit toe te voegen: roeien tegen de stroom in. We proberen bijvoorbeeld een historisch kader te schetsen, met mogelijke oorzaken en verklaringen. Door te kijken naar de langere lijnen in de tijd creëer je ook afstand tot het vaak emotionele heden (de Graaf, 2024). Hierdoor kan het gevoel van urgentie afnemen en ontstaat er ruimte voor reflectie. 

Om docenten te helpen grip te krijgen op complexe onderwerpen, werken we met grotere vragen. Bijvoorbeeld: “Is de Amerikaanse democratie in gevaar?” of “Zijn studentenprotesten nieuw op de universiteit?” Voor het vormen van meningen is historische kennis belangrijk. Ons morele kompas wordt mede gestuurd door wat we weten; we niet voor niets het woord ‘geweten’.

Een voorbeeld: sommige leerlingen weten niet dat Israël nog niet bestond tijdens de Holocaust. Of, de meningen over Israël lopen enorm uiteen binnen de Joods-Nederlandse gemeenschap. Tegelijkertijd worden ze allemaal geraakt door antisemitisme. We zien dat leerlingen en volwassenen het verschil niet kennen tussen bijvoorbeeld kritiek op de regering-Netanyahu, antizionisme en antisemitisme. Maar ik zie ook dat er over de Nakba en de Palestijnse onderdrukking weinig wordt verteld in schoolklassen. Dat leidt tot de vraag welke verhalen er wel en niet worden verteld. Welke stemmen mogen spreken en welke niet? In de klas, maar ook op de universiteit? 

Multiperspectiviteit

In mijn werk speelt het begrip multiperspectiviteit al lang een grote rol (Wansink et al., 2018). Het is geen ingewikkeld concept. Simpel gezegd hebben we allemaal een eigen perspectief op de wereld. Multiperspectiviteit kan verrijken; we kunnen van elkaar leren. Zolang we maar accepteren dat we ook een gedeelde werkelijkheid hebben. Door de invloed van sociale media zien we gebeuren dat sommige groepen zelfs de meest basale feiten niet meer met elkaar delen. Dan wordt een gesprek heel moeilijk. 

Multiperspectiviteit is ook niet onbegrensd. Allereerst is niet alle kennis even betrouwbaar en leerlingen  moetenleren informatie kritisch te evalueren. Pedagogiek vraagt ook om morele grenzen en normen. Voor TerInfo is dat de democratische rechtsstaat en daarmee ook het internationaal recht en kinderrechten. In de klas betekent dit concreet dat artikel 1 (gelijkheidsbeginsel) voorrang heeft op artikel 7 (vrijheid van meningsuiting). Er zijn grenzen aan wat we kunnen zeggen, zeker in een pedagogische context.  

Hoop

Leerlingen (en wij allemaal) hebben perspectief op de toekomst nodig, kortom hoop (Kowalak et al., 2026; de Winter, 2023). Acht weken geleden, toen de Israëlische bommen op Beirut neerkwamen, sprak ik mijn Libanese collega Yara. Ze wilde niet weg uit de stad om de terreur te ontvluchten. Yara vertelde me hoe ze opgegroeid was tijdens de burgeroorlog, maar toen nog hoop had. Ze keek naar de Verenigde Staten of West-Europa en dacht dat dit hoopvolle democratieën waren. Maar, zei ze: “naar wie moeten jongeren nu nog kijken?” Ze zei: “Het gaat niet alleen om de bommen op Libanon, het gaat om de hele wereld. Een heel internationaal systeem van mensenrechten staat op instorten.”  

In de lijn van Glasmann: wij in Nederland zijn onderdeel van hetzelfde lichaam, de wereld. We zijn allen met elkaar verbonden, net zoals Oekraïne, Gaza, Soedan, Libanon, enzovoort. Dat zijn de armen die bloeden. En wij zijn die andere arm die zich maar afvraagt of we iets moeten doen, niet begrijpend dat het over ons allemaal gaat.  

Maar wat zeg je tegen iemand in oorlog? Ik sprak over hoop met mijn tienjarige zoon. Hij zei: “Misschien is hoop een klein lichtje, en als we daar met z’n allen op focussen, wordt het groter. En zo kunnen we de wereld veranderen.” Van kinderen valt veel te leren. Samen kunnen we inderdaad een stem hebben.  Misschien is hoop dat je elke dag weer keuzes hebt om het goede te doen. Overigens willen ook kinderen bijdragen aan een betere wereld. Vaak voelen ze zich onmachtig als ze naar het wereldnieuws kijken. Geef kinderen actief de mogelijkheid kleine acties te ondernemen om bij te dragen aan vrede. Echter, de grootste verantwoordelijkheid voor de toekomst ligt bij ons, volwassenen en degenen met  macht. We kunnen onze hoop niet onterecht op kinderen of studenten vestigen. Wij moeten het zelf doen  en verantwoordelijkheid nemen.  

Herdenken

Herdenken is stilstaan in een bewegende wereld. We staan stil bij het verleden. We gedenken de levens van onze academische collega’s en studenten die slachtoffer zijn geworden van een onmenselijk regime.  Binnen de academische gemeenschap was er tijdens de Tweede Wereldoorlog soms verzet, maar er is veel weggekeken en er was ook collaboratie. Op deze plek waar wij nu zitten, de aula van de Universiteit Utrecht, werden tijdens de oorlog NSB-bijeenkomsten gehouden (Dorsman, 2025). Had u hier mogen zitten, of was u opgepakt?  

Herdenken is stilstaan in een bewegende wereld. Herdenken doe je ook samen. Het is goed dat we bij elkaar zijn, maar hoe divers is deze groep? Zouden we juist ook hier verschillende stemmen moeten laten spreken? Wat betekent diversiteit voor hoe de universiteit wil herdenken? 

Ten slotte: de wereld lijkt steeds sneller te bewegen en we lijken soms de grip te verliezen. Oorlogen, AI,  klimaatverandering, een doorgaande stroom van sociale media. In tijden van onzekerheid geven mensen  snel anderen de schuld: asielzoekers, Joden, moslims of de queer gemeenschap. Dit mechanisme herhaalt zich vaak in de geschiedenis.  

Ook het begin van de twintigste eeuw was een tijd van snelle ontwikkelingen: wederom een achteruitkijkspiegel om van te leren. Dat verleden is geweest en we weten hoe het afliep, maar wij kunnen nog handelen.  

In mijn perspectief kan geschiedenis daarbij helpen. Door over de geschiedenis te leren, kun je ook van de geschiedenis leren. Er zijn vele voorbeelden waarin mensen in het verleden collectief hebben gestreden voor medemenselijkheid en rechtvaardigheid, juist in een veranderende wereld. Laten we daar actieve hoop uit halen en de moed om ons daarnaar te gedragen, voor alle kinderen.  

*Alle namen in dit artikel zijn een pseudoniem, maar bekend bij de auteur.  

Auteur: dr. Bjorn Wansink  

Literatuur:  

De Graaf, B. A. (2024). Wij zijn de tijden. Geschiedenis in crisistijd: Huizinga-Lezing 2024 EW.TerInfo  

De Winter, M. (2023). Medemenselijk opvoeden. Samenlevingspedagogiek voor een hoopvolle en daadkrachtige generatie. SWP.  

Dorsman, L. (2025). https://www.uu.nl/achtergrond/de-universiteit-in-de-oorlog-nooit-verleden-tijd 

Kowalak, A., Wansink, B., & Akkerman, S. (2026). Hope in Conflict: History Teachers Balancing Personal Hope and Professional Responsibility. Peace and Conflict.  

Wansink, B., Akkerman, S., Zuiker, I., & Wubbels, T. (2018). Where Does Teaching Multiperspectivity in History Education Begin and End? An Analysis of the Uses of Temporality. Theory and Research in Social Education, 46(4), 495-527.  

Wansink, B., Herinx, M., van der Werf, M., & de Graaf, B. A. (2024). Leerlingen weerbaar maken: Lessen uit het verleden helpen bij ontwrichtende momenten. Kleio, 65, 14-17. 

Wansink, B., de Graaf, B., & Berghuis, E. (2021). Teaching under attack: The dilemmas, goals, and practices of upper-elementary school teachers when dealing with terrorism in class. Theory and Research in Social Education, 49(4), 489-509. 

Biografie

Bjorn Wansink is universitair hoofddocent aan de Faculteit Sociale Wetenschappen. In zijn werk houdt hij zich bezig met thema’s als multiperspectiviteit, vrede & conflict, omgaan met controversiële kwesties en kritisch denken. Wansink is lid van het kernteam van TerInfo. Hij werkt met onderzoekers, docenten en NGO’s samen in landen die in oorlog zijn zoals Oekraïne en Libanon, als in landen waar politieke transformatie samengaat met interetnische en interreligieuze spanningen zoals Zuid-Afrika, Bosnië en Kirgizië. Het thema hoop speelt in zijn werk een belangrijke rol, gezien veel docenten en jongeren worstelen met de vele conflicten in de wereld, de groei van extreem rechts, als klimaatverandering.