Lesgeven over vrede in (post-)conflictgebieden: hoe doen docenten dat?

Hoe geef je les over een oorlog die nog vers in het geheugen ligt of zelfs nog bezig is? In hun boek Teaching About the Violent Past gaan dr. Line Kuppens en dr. Justin Sheria Nfundiko op zoek naar antwoorden in de klaslokalen van Kenia, Ivoorkust en de Democratische Republiek Congo (DRC). Ze onderzoeken hoe docenten in deze landen lesgeven over het gewelddadige verleden. De moed van docenten daar kan Europese docenten hier inspireren om het bespreken van moeilijke onderwerpen niet uit de weg te gaan, maar dit te doen op een manier die bij kan dragen aan vrede in de wereld. Bjorn Wansink, universitair hoofddocent Educatie en Pedagogiek aan de Universiteit Utrecht, gaat met Line en Justin in gesprek.  

Waarom vredeseducatie ertoe doet

Line is universitair docent Conflict Studies aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens haar promotieonderzoek in Ivoorkust zag ze dat docenten een belangrijke rol spelen in de vredesopbouw na verkiezingsgeweld. Docenten moesten een heel nieuw curriculum burgerschap en mensenrechteneducatie implementeren, met alle uitdagingen van dien. Dit motiveerde Line om ervaringen van docenten in conflictgebieden in kaart te brengen.  

Voor Justin, universitair hoofddocent Social Studies aan de Katholieke Universiteit van Bukavu, DRC, is zijn interesse zowel academisch als persoonlijk: hij groeide zelf op en woont nog steeds in een regio waar veel sprake is van conflict. Met eigen ogen ziet hij dat het verleden iets is dat nog elke dag wordt geleefd. Hij onderzoekt daarom hoe educatie kan dienen als middel tot verzoening en hoe dit daadwerkelijk kan bijdragen aan vrede.  

Over de vraag of ze zelf als kind of jongere vredeseducatie hebben gehad, kunnen ze allebei kort zijn: nee. Justin had als jongere het gevoel dat docenten discussies over het recente verleden actief uit de weg gingen, terwijl leerlingen hier wel over wilden praten. Line herinnert zich wel docenten die aandacht besteedden aan sociale kwesties en conflict in hun lessen, vaak gericht op de Tweede Wereldoorlog en het koloniale verleden, maar dit was niet geformaliseerd.  

Context en uitdagingen van docenten in Kenia, Ivoorkust en Congo

In Teaching About the Violent Past onderzoeken Line en Justin hoe docenten wél aan vredeseducatie doen. Door de verschillen in context van Kenia, Ivoorkust en Congo ontstaat een gelaagd beeld van hoe verschillende docenten in deze landen omgaan met het gewelddadige verleden van een land, in het klaslokaal.  

Om de situaties van de landen te begrijpen is het, aldus Line, belangrijk om je bewust te zijn van de diversiteit, niet alleen tussen de verschillende landen, maar ook binnen de landen zelf. Er bestaan scholen die relatief veel lijken op scholen in Europa, maar er zijn vooral ook veel scholen die hiervan afwijken op uiteenlopende manieren. Scholen met een slechte infrastructuur, overvolle klaslokalen, soms zonder ramen en een gebrek aan lesboeken. Dit zijn uitdagingen voor docenten en zeker ook voor leerlingen. Daar komt nog bij dat een deel van de leerlingen überhaupt niet in de gelegenheid is om elke dag de school te bereiken.  

Naast deze praktische uitdagingen benadrukt Justin ook de nabijheid van docenten tot het conflict zelf. Docenten kunnen zelf bijvoorbeeld slachtoffer zijn. Dan moeten ze allereerst hun eigen emoties reguleren. Daarnaast kunnen er politieke risico’s zijn voor docenten als ze lesgeven over een verleden dat gevoelig ligt. Sommige docenten vrezen voor hun persoonlijke veiligheid omdat ze bijvoorbeeld het risico lopen gearresteerd te worden als ze bepaalde dingen wel of niet zeggen in een klaslokaal.  

Ondanks al deze uitdagingen spraken Line en Justin veel docenten die positief zijn over vredeseducatie. Helaas voelen lang niet alle docenten zich voldoende voorbereid en in staat om dit onderwerp te bespreken met leerlingen. Verder verschillen de houdingen van docenten ten opzichte van dit onderwerp afhankelijk van de context, hun politieke interesses en hun blootstelling aan geweld. In Kenia en DRC is bijvoorbeeld relatief veel steun onder docenten om les te geven over het gewelddadig verleden, terwijl in Ivoorkust de steun zich beperkt tot het voortgezet onderwijs. Verder zijn docenten in DRC vaker bereid het conflict te bespreken, ondanks het relatief hogere risico dat docenten liepen door dit te doen. Justin denkt dat, doordat het geweld al dertig jaar gaande is, docenten het conflict gewoonweg niet kunnen negeren en dus een verantwoordelijkheid voelen om het aan de kaak te stellen. 

Wat in alle landen een belangrijke factor is voor het wel of niet bespreken van een voormalig conflict is ondersteuning vanuit schoolleiders en andere belanghebbenden. Als scholen helemaal geen aandacht besteden aan onderwerpen die raken aan het verleden, is dit vaak uit angst voor reacties van onderwijsautoriteiten, zegt Justin. De situatie in DRC is daarin tekenend: sommige mensen die vroeger een rol speelden in het conflict bekleden nu nog steeds belangrijke politieke functies, wat invloed kan hebben op de steun die er vanuit officiële instanties is voor dit onderwerp.  

Wat uiteraard ook een rol speelt, is dat docenten, zoals hun collega’s overal ter wereld, ook gewoon bezig zijn met hun leerlingen klaarstomen voor de examens. Ze willen dat hun leerlingen goede resultaten halen, dus ze focussen zich op het officiële curriculum. Dan is er niet altijd tijd voor vredeseducatie.  

Directe en indirecte vredeseducatie

In het boek maken Justin en Line onderscheid tussen directe en indirecte vredeseducatie, waarbij directe vredeseducatie erop gericht is het eigen conflict beter te begrijpen. Het doel hiervan is om vooroordelen die er zijn tegenover ‘de ander’ te nuanceren, stereotypes uit te dagen en bevooroordeelde interpretaties van het verleden te corrigeren om uiteindelijk bij te dragen aan verzoening en langdurige vrede. De focus van indirecte vredeseducatie is breder en meer gericht op het promoten van vreedzaam gedrag in het algemeen, bijvoorbeeld door middel van burgerschaps- en mensenrechteneducatie.  

Op de vraag of het mogelijk is om directe vredeseducatie te implementeren op het moment dat een land in oorlog is, antwoordt Justin dat dat wel ingewikkeld ligt. Docenten kunnen te maken hebben met politieke druk, wat het moeilijker maakt om de oorzaken en dynamieken van een conflict te bespreken. Anderzijds is het wel belangrijk: Leerlingen leven in de conflictsituatie, en krijgen er veel over mee op sociale media. Al is het bespreken van het conflict moeilijk, de context dwingt je er haast toe. Veel docenten voelen dan ook de verantwoordelijkheid om te reageren op vragen van leerlingen over deze onderwerpen. 

Hoe verschillende docenten omgaan met vredeseducatie

De docentprofielen in het boek zijn gebaseerd op drie dimensies: in hoeverre vinden docenten dat ze de rol hebben om bij te dragen aan vredestichting, in hoeverre voelen docenten zich op hun gemak wanneer ze over deze onderwerpen lesgeven, hoeveel ze weten over de conflicten en welke pedagogische vaardigheden ze hebben.  

Op basis hiervan onderscheiden Line en Justin vijf docentprofielen. Het eerste profiel is die van de vermijdende docent. Deze vindt niet dat vredeseducatie een rol moet spelen in het onderwijs. Docenten die in het tweede profiel passen, zijn docenten die vredeseducatie niet heel belangrijk vinden, maar het wel zullen doceren als ze erom gevraagd worden. Het derde profiel zijn de ‘containers’, deze docenten vinden het belangrijk dat educatie bijdraagt aan vredeseducatie, maar voelen er veel ongemak bij en vinden het moeilijk. Docenten in het vierde profiel, de risiconemers, willen vredeseducatie geven, hebben geen last van ongemak, maar hebben niet de vaardigheden om vredeseducatie goed uit te voeren – al zijn ze zichzelf hier niet altijd van bewust. Het laatste profiel is de ‘critical design experts’. Zij vinden vredeseducatie belangrijk en geven doceren het op een constructieve manier.  

Wat kunnen we in Europa leren van docenten in deze landen?

Hoop, antwoordt Line. Het is bemoedigend om te zien hoe docenten, ondanks de vele uitdagingen, les willen geven over het gewelddadig verleden van hun land. We kunnen in Europa veel leren van hun motivatie en verantwoordelijkheidsgevoel als docent die midden in de samenleving staan. In het Europa van vandaag, moeten we ervoor uitkijken dat we de democratie niet voor lief nemen. Docenten die hechten aan democratie en vrede, kunnen en moeten een belangrijke rol innemen.  

Volgens Justin is stilte inderdaad geen optie. Het is belangrijk dat docenten controversiële onderwerpen bespreken in de klas, of dat nu in Afrika is of in Europa.  

Line en Justin geven ook praktische tips: begin ten eerste met de vragen en ervaringen van leerlingen zelf. In een conflict zijn altijd meerdere perspectieven aanwezig en deze moet je samen ontdekken in het klaslokaal. Concentreer je op het bevorderen van emotionele veiligheid. Docenten moeten eigenlijk worden getraind in hoe ze controversiële onderwerpen kunnen bespreken en hoe ze daarin ook om kunnen gaan met emoties van leerlingen en die van zichzelf. 

Daarnaast kunnen de docentprofielen die ze in het boek onderscheiden helpen als raamwerk voor zelfreflectie. Docenten moeten zichzelf afvragen: wat is het doel van onderwijs? Voel ik me comfortabel met dit onderwerp? Waar ben ik bang voor? Weet ik hoe ik kan reageren als emoties opspelen? Een ‘critical design expert’ worden vergt oefening, ervaring en training. Zelfreflectie is een belangrijke eerste stap.  

Hoe blijf je hoopvol?

Leren over de ervaringen van docenten in (voormalig) conflictgebieden en hoe zij hiermee omgaan, biedt hoop. Voor Line schuilt er hoop in het vertrouwen dat docenten hebben in de maatschappelijke betekenis van educatie. Een meerderheid van de docenten die ze spraken, vindt dat educatie bij moet dragen aan vrede. Justin wordt hoopvol als hij de toewijding van zowel docenten als leerlingen ziet. Zelfs onder extreme omstandigheden zijn docenten bereid te reflecteren op de geschiedenis van conflict. Als ze hier goed op worden voorbereid kunnen ze een nog grotere impact maken. Ze hopen dat beleidsmakers, NGO’s, universiteiten en subsidieverstrekkers hun bevindingen serieus nemen en investeren in initiatieven die educatie over het gewelddadig verleden in deze drie landen steunen. 

Bjorn concludeert dat, ondanks de verschillen tussen contexten, docenten over de hele wereld veel overeenkomsten delen. Ze spelen een cruciale rol in het bouwen aan vrede en het breken van de geweldscyclus. We kunnen leren van de moed van de docenten in het boek van Justin en Line, die moeilijke onderwerpen bespreken onder ontzettend uitdagende omstandigheden. Als we de oproep van Justin en Line horen, moeten we leren samen te werken als docenten over de hele wereld, voor een wereld van vrede, waar elk kind gezien en gewaardeerd wordt en tot bloei kan komen.  

Dit is een Nederlandstalige samenvatting van het artikel Teaching about the violent past in conflict-affected African societies: What European teachers can learn from their African colleagues, door Bjorn Wansink.