Wally Gabitz (Flickr), https://creativecommons.org/licenses/by-nc-nd/2.0/deed.en

9/11 als geschiedenis: hoe worden de aanslagen besproken in Amerikaanse klaslokalen? Een gesprek met Jeremy Stoddard

Hoe wordt er lesgegeven over 9/11 in Amerikaanse klaslokalen, 25 jaar na de aanslagen? Hoe ziet geschiedenisonderwijs er überhaupt uit in de Verenigde Staten? Bjorn Wansink, universitair hoofddocent aan de Faculteit Sociale Wetenschappen, gaat hierover in gesprek met Jeremy Stoddard. Jeremy is onderzoeker bij het Wisconsin Center for Education Research. Zijn onderzoek richt zich op het onderwijzen van burgerschap en geschiedenis in gepolariseerde contexten, de integratie van mediaeducatie in burgerschapsonderwijs, met bijzondere aandacht voor de omgang met zogenoemde ‘moeilijke’ of controversiële kwesties. 

Jeremy introduceert zichzelf als iemand wiens interesse in geschiedeniseducatie en sociale wetenschappen al vroeg wortel schoot. Hij groeide op in een landelijke omgeving en was geïnteresseerd in de manier waarop geschiedenis werd verbeeld in nationale narratieven. Hij vertelt hoe de beelden die hij zag op televisie en in films verschilden van wat hij zag als hij de betreffende historische plekken bezocht. Zo merkte hij dat er verschillende verhalen worden verteld over dezelfde plekken en gebeurtenissen. Later, als geschiedenisdocent in Minnesota, werd hij benieuwd naar hoe jonge mensen geschiedenis begrijpen. Zien zij het als een ‘fixed story’ van wat er is gebeurd, zoals de geschiedenis vaak wordt gepresenteerd in lesmethodes, of zien ze geschiedenis als iets dat je kan verkennen en interpreteren? 

Films in de klas 

Om zich heen zag Jeremy docenten die verschillende media gebruikten om studenten te laten engageren met geschiedenis. Door zijn interesse hierin kwam hij terecht in onderzoek naar educational technologies, learning sciences en social studies education. Zijn onderzoek begon bij de intersectie tussen representaties van het verleden en de manier waarop leerlingen geschiedenis epistemologisch begrijpen. 

In zijn onderzoek kwam naar voren dat docenten vaak films uitkiezen om te kijken met hun klassen die in lijn zijn met het perspectief van de docent of zelfs met diens politieke voorkeuren. Docenten presenteren dit vervolgens als historisch feit, zonder leerlingen uit te dagen kritisch na te denken over hoe de geschiedenis in het betreffende beeld wordt gepresenteerd. Gelukkig doen niet alle docenten dit. In het onderzoek waren ook docenten die leerlingen actiever betrekken door ze uit te nodigen de representaties op de beelden te bevragen en analyseren. 

Nadenken over hoe historische gebeurtenissen worden gepresenteerd in media kan een krachtige manier zijn om historisch besef en denken te ontwikkelen bij leerlingen. Enerzijds kan het ze helpen de aard van geschiedenis te begrijpen, tegelijkertijd leert het ze zien hoe media hun begrip van het verleden vormt. Deze vaardigheden zijn ook belangrijk om de wereld van vandaag te kunnen interpreteren. 

Geschiedenisonderwijs in de Verenigde Staten

Om te begrijpen hoe geschiedenisonderwijs eruitziet in de Verenigde Staten, is het belangrijk om te weten dat er geen eenduidig onderwijsstelsel bestaat, maar dat er wel meer dan vijftig verschillende stelsels zijn. Deze stelsels verschillen per staat en ook binnen staten bestaan er verschillen. De aanpak kan verschillen per school en soms zelfs per klaslokaal. De verantwoordelijkheid voor educatie ligt primair bij de staten, er is in principe weinig federaal beleid. Federaal beleid speelt over het algemeen alleen een rol wanneer de federale overheid financiering verstrekt voor specifieke programma’s of initiatieven, of wanneer de federale wet wordt overtreden (bijvoorbeeld op het gebied van burgerrechten).

Docenten hebben over het algemeen veel autonomie in de VS. Dit is vaak een voordeel, maar zorgt er ook voor dat goede begeleiding regelmatig ontbreekt. Gevolg is dat de ervaringen van leerlingen enorm van elkaar verschillen, afhankelijk van de school waar ze heengaan en de docenten die voor de klas staan. Dit geldt ook voor hoe leerlingen les krijgen over 9/11. 

De rol en ontwikkelingen van 9/11

Het is zeldzaam om te kunnen zien hoe ingrijpende gebeurtenissen op scholen worden behandeld vanaf dag één: hoe docenten de dag na een ramp reageren en hoe het gesprek zich door de tijd ontwikkelt. Jeremy raakte in 2002 betrokken bij een onderzoek naar lessen en curricula die werden uitgebracht naar aanleiding van het eerste jubileum van 9/11. Dit onderzoek breidde zich later uit naar lesmethodes. In 2019 leidde hij een grootschalige enquête onder docenten over 9/11 in het klaslokaal waarover hij later in dit interview meer vertelt. 

Zelf werkte Jeremy op een middelbare school tijdens 9/11, vijfentwintig jaar geleden. Onderweg naar school hoorde hij op het nieuws dat een vliegtuig één van de WTC-torens had geraakt. Die ochtend zag hij, samen met zijn leerlingen, live op televisie hoe een tweede vliegtuig zich in de tweede toren boorde en hoe de brandende torens één voor één instortten. Jeremy vertelt hoe 9/11 gelijk een plaats kreeg in het collectieve geheugen van de Verenigde Staten, voornamelijk omdat zo’n groot deel van het land het tegelijk live ‘meemaakte’. 

De onderzoeken over 9/11 waar Jeremy bij betrokken is, helpen te tonen welke rol geschiedenisonderwijs speelt in de manier waarop een samenleving zo’n ingrijpende gebeurtenis verwerkt en doorgeeft aan generaties die het zelf niet hebben meegemaakt en wie daarbij een rol speelt. In het eerste onderzoek over 9/11 waar Jeremy deel van uitmaakte kwam bijvoorbeeld naar voren hoe veel non-profitorganisaties, die naar aanleiding van 9/11 speciale lessen en materialen ontwikkelden, deze lessen in het teken zetten van de doelen van de betreffende organisatie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het belang van vrijheid van meningsuiting promoten of studenten aanmoedigen om te stemmen. 

In het onderzoek werd ook een patroon zichtbaar in hoe docenten 9/11 benaderden in hun lessen. Op herdenkingsdata, vooral in de jaren kort na de aanslag, gebruiken docenten het vaak als een emotionele oefening in de context van het nationalistische collectieve geheugen. Vanaf 2003 begon de focus te verschuiven: met de inval van de VS in Irak, waarbij vragen over bewijs en justificatie centraal kwamen te staan, viel de discussie rondom 9/11 uiteen in verschillende politieke en ideologische kampen. Jeremy noemt het volgende voorbeeld: in Madison liep een schoolvergadering uit tot drie uur ‘s ochtends door een voorstel dat veel discussie opleverde. De discussie ging over de vraag of scholen elke ochtend de Pledge of Allegiance moesten opzeggen of het volkslied elke dag moesten afspelen. Dit soort patriottische rituelen waren niet gebruikelijk op scholen vóór 9/11. 

Wat ook opviel was de plotselinge aanwezigheid van militaire recruiters op scholen na 9/11, omdat het leger in 2002-2003 meer mensen nodig had. Hun aanwezigheid in schoolkantines en hun pogingen om actief leerlingen te rekruteren, leidde tot controverse in veel gemeenschappen. 

In een later onderzoek keken de onderzoekers naar de eerste generatie schoolboeken met paragrafen over 9/11, gepubliceerd tussen 2003-2004. Ze ontdekten iets fascinerends, vertelt Jeremy: in opeenvolgende edities van de boeken veranderde de rechtvaardiging van de invasie in Irak significant. Waar de invasie eerst werd geframed rond wapens van massadestructie, veranderde het narratief toen deze wapens nooit werden gevonden naar het verwijderen van een dictator. Het verhaal in de schoolboeken veranderde dus mee met het veranderende narratief in de politiek en samenleving. Niet in alle schoolboeken is deze tendens zichtbaar, maar in veel grote methodes wel. 

In hun onderzoek zagen Jeremy en zijn medeonderzoekers, ten slotte, hoe verschillende staten andere accenten legden. Sommige meer conservatieve staten legden meer nadruk op ‘radicaal islamitisch terrorisme’, terwijl andere democratische staten meer focusten op de controverse rondom de beslissing om Irak te overvallen. 

Narratieven over terrorisme

Jeremy vertelt ook dat definities van de term ‘terrorisme’ in schoolboeken erg vaag is en uiteenloopt. In sommige definities kunnen aanvallen op militaire doelwitten onder terrorisme vallen, terwijl andere definities alleen spreken over terrorisme in het geval van aanvallen op burgers. Wat ook opviel in het onderzoek: vóór 9/11 ging de grootste terroristische dreiging in de VS uit van anti-gouvernementele organisaties en witte supremacisten. Maar direct na 9/11 verdwenen deze voorbeelden uit het grootste gedeelte van de schoolboeken en werd terrorisme vrijwel altijd in verband gebracht met het Midden-Oosten, Arabieren en moslims. Net als in de Amerikaanse populaire cultuur werd het narratief in methodes, expliciet of impliciet, dat terrorisme gepleegd wordt door mensen uit het Midden-Oosten en dat terroristen moslims zijn. Op scholen waar de moslimpopulatie laag was, besteedden scholen in het algemeen weinig aandacht aan het uitdagen of ontkrachten van dergelijke portretteringen. Dit narratief is tot op heden niet erg veranderd. 

Docenten die 9/11 zelf hebben meegemaakt, doceren het vooral als historische gebeurtenis die we telkens weer moeten herdenken. In Florida zijn docenten bijvoorbeeld verplicht om ten minste 45 minuten te besteden aan 9/11 op de herdenkingsdata. De nadruk ligt hierin voornamelijk op de herinnering aan helden, zoals de brandweermannen in New York. 

Ook in Pennsylvania is er wetgeving op dit gebied: scholen moeten verplicht een moment stilte houden, en er is een curriculum ontwikkeld dat scholen kunnen gebruiken. Dit soort initiatieven worden grotendeels gedreven door politici die zich zorgen maken over de herinnering van 9/11 door leerlingen. 

Andere insteek 

Deze nadruk op de plaats van 9/11 in het collectieve geheugen kan betekenisvol zijn, maar volgens Jeremy zou het ook goed zijn om 9/11 in te zetten als les om leerlingen vaardig te maken in historisch denken en mediawijsheid. Het is een onderwerp dat zich bij uitstek leent om leerlingen kritisch te leren nadenken en om de aard van geschiedenis en herinnering aan te kaarten. Waarom herinneren mensen zich deze gebeurtenis en wat is het belang daarvan? 

Dit jaar zal er veel druk op de herdenking en dag zijn omdat het 25 jaar geleden is. De huidige politieke context en het conflict met Iran zetten dit nog verder op scherp. Jeremy stelt dat het daarom belangrijk is om leerlingen een bredere historische context te bieden. Zo kun je leerlingen er op wijzen hoe Iran bijvoorbeeld inlichtingen met de VS deelde rondom 9/11, terwijl hun slogan het laatste decennium veranderde in “death to the US”. Hoe kon dat zo omslaan? Daar moet je het over hebben en zo leerlingen de complexiteit van het verleden laten zien. Als docenten moeten we leerlingen aanmoedigen het buitenlands beleid van de overheid te bevragen en hierover na te denken op een niet-simplistische manier, vervolgt hij. Het is geen goed/fout, geen ja/nee, maar reconstrueren wat er gebeurde en wat we daarvan kunnen leren, aldus Jeremy. 

Complottheorieën 

Rondom 9/11 zijn veel complottheorieën ontstaan in de afgelopen 25 jaar. Jeremy leerde van verschillende docenten hoe ze hiermee omgaan. Verschillende docenten geven les over het concept complottheorieën, leggen uit waarom ze gedijen in de samenleving en gebruiken ze als casussen om met leerlingen te onderzoeken. Jeremy adviseert docenten om te beginnen met de vraag: waar ga je heen als je betrouwbare informatie zoekt? Zo moedig je leerlingen aan om niet gewoon willekeurig online te gaan zoeken of alleen nieuws tot zich te nemen die in hun feed voorbijkomt. Dit is altijd al belangrijk geweest, maar in de massale chaotische informatiesamenleving waar we ons in begeven, des te meer. 

Tijdens zijn onderzoek kwam Jeremy ook enkele docenten tegen die zelf in complottheorieën geloofden en dit aan hun leerlingen presenteerden als de waarheid. Andere docenten daagden leerlingen die in complotten geloofden uit om met bewijzen te komen om deze vervolgens met ze te bespreken. 

Het is belangrijk om een bepaalde balans te vinden. Dat betekent dat leerlingen complottheorieën moeten leren herkennen en bevragen, terwijl je deze theorieën tegelijkertijd niet te veel ruimte geeft in het klaslokaal of ze als autoriteit moet behandelen (lees hier meer). 

Tonen van beelden in de klas 

Moeten leerlingen beelden van 9/11 laten zien in de klas? Dat verschilt volgens Jeremy heel erg per klas en de leeftijd van de leerlingen die je voor je hebt. Er zijn wel verschillende korte documentaires die minder geweld vertonen en meer focussen op persoonlijke verhalen. Zoals Boatlift, dat met een focus op de ‘alledaagse held’ een positiever perspectief biedt. De film geeft een beeld van hoe mensen reageren op een crisis door elkaar te helpen, zonder alle horror van de aanslagen in beeld te brengen.

Wat soms een probleem vormt, is dat docenten televisiebeelden van 9/11 gebruiken terwijl een deel van de leerlingen ze nooit eerder gezien heeft. Dat kan schokkend zijn voor leerlingen. Als je wel heftige beelden laat zien, moet je dat inleiden en moet je ruimte bieden aan leerlingen voor een emotionele reactie. Je kunt een gesprek voeren over hoe mensen zich toentertijd gevoeld zullen hebben toen ze dit live op televisie zagen en het gesprek openen over waarom deze collectieve herinnering zó sterk is geworden. Jeremy zegt hierover: ‘Ik zou niet al te veel geweld laten zien, je wilt dat het gesprek gaat over het belang van de gebeurtenis. De Twin Towers waren symbolen van Amerika en kapitalisme. Ik zou beelden kiezen die leerlingen helpen te begrijpen waarom het nog altijd als zo’n belangrijke gebeurtenis wordt beschouwd en waarom mensen het zich zo goed herinneren. Daarnaast is het ook belangrijk om de gebruikte motieven voor de aanslag te bespreken.’ 

Lesgeven over 9/11, hoe ziet dat er over vijftig jaar uit?

Hoe zal 9/11 in de toekomst besproken worden? De vraag is of het überhaupt nog onderwezen zal worden of dat het gewoon een kleine episode wordt in de geschiedenis van Amerika. De laatste jaren hoort Jeremy van steeds meer docenten dat ze er niet heel veel aandacht aan besteden. Dat is volgens hem een probleem, omdat de gebeurtenis ingrijpende gevolgen had die tot vandaag de dag voortduren. Zo kreeg de president na 9/11 bijvoorbeeld een stuk meer macht, wat nog altijd het geval is. Het is belangrijk om dit te bespreken, zodat leerlingen begrijpen waar dit vandaan komt en wat de consequenties ervan zijn. 

In het algemeen ziet Jeremy de laatste jaren veranderingen zichtbaar in het geschiedenisonderwijs, die ook invloed zouden kunnen hebben op het onderwijs over 9/11. Zo zag je de opkomst van de zogenaamde anti-Critical Race Theory movement en bredere anti-‘woke’-campagnes tussen de twee termijnen van Trump. Een voorbeeld hiervan zijn lobbygroepen die, onder het mom van ’transparantie’, beleid probeerden door te voeren om al het lesmateriaal dat de school gebruikt openbaar beschikbaar te maken op schoolwebsites. Scholen die dit niet zouden doen, riskeren een boete. Dit soort maatregelen zijn vaak pogingen om openbaar onderwijs te verzwakken. De VS kenken een lange geschiedenis van kritiek op openbare scholen uit conservatieve hoek. In sommige staten is bijvoorbeeld de ‘divisive concepts-law’ van kracht, die bepaalt dat sommige onderwerpen niet in het klaslokaal besproken mogen worden.

Met alle huidige politieke druk maakt Jeremy zich zorgen dat 9/11 de komende tijd vooral geframed zal worden en blijven als heldenverhaal, waarbij de VS als natie onder vuur lag en 9/11 uit het niets kwam. 9/11 wordt vaak gepresenteerd als plotselinge gebeurtenis, wat geen eerlijke representatie is van de grotere context. 

Hoop

Ondanks al deze druk en ontwikkelingen blijft Jeremy hoopvol. In een onderzoek naar de verkiezingen van 2024 zien hij en collega’s dat veel docenten veerkracht tonen en democratische waarden belangrijk blijven vinden. Jeremy hoopt dat ze zorgvuldig gebruik maken van de herdenking van 9/11 om deze meer kritisch en historisch te benaderen. 

Na zijn gesprek met Jeremy had Bjorn veel om over na te denken. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar hoe docenten in Europa lesgeven over 9/11. Bjorn herkent wel de grote verschillen tussen docenten en tussen Europese landen in hoe ze geschiedeniseducatie politiseren. Hij maakt zich zorgen over de huidige ontwikkelingen in de VS en de opkomst van uiterst-rechtse politiek en populisme. Tegelijkertijd kent hij veel Amerikaanse onderzoekers en docenten zoals Jeremy die weerstand bieden en streven naar democratische waarden en een vredige wereld. Hij is benieuwd of docenten in Europa ook les zullen geven over het vijfentwintigjarig jubileum van 9/11 en wat ze dan bespreken. Jeremy heeft goede suggesties gedaan over hoe je dit kan benaderen en vooral: hoe niet. 

Auteurs: Bjorn Wansink, Jeremy Stoddard en Sophie van Wikselaar

In de klas

Wil je aandacht besteden aan 25 jaar 9/11, en hoe deze gebeurtenis de wereld veranderde? Maak dan gebruik van onze werkvorm (***), waarin leerlingen als detectives aan de slag gaan om aan de hand van (historische) bronnen te achterhalen op welke manier 9/11 precies invloed had op vliegverkeer, oorlog en politiek, media, de Nederlandse samenleving en op vrijheid versus veiligheid.

Referenties en bronnen

Teaching Primary Sources Resource Site for Teaching 9/11 and the Global War on Terror, University of Wisconsin – Madison (Funded by the Teaching with Primary Sources project from the U.S. Library of Congress). https://teaching911beyondtwenty.wisc.edu/

Stoddard, J. (2021). Teaching about 9/11 and Terrorism and Against Islamophobia. Annals of Social Studies Education Research for Teachers, 2(1), 40–47. https://assertjournal.com/index.php/assert/article/view/15/85

Berman, D. S., & Stoddard, J. D. (2021). “It’sa growing and serious problem:” Teaching 9/11 to combat misinformation and conspiracy theories. The Social Studies, 112(6), 298-309. DOI: 10.1080/00377996.2021.1929054

Stoddard, J., & Hess, D. (2021). What schools teach about 9/11 and the war on terror. The Conversationhttps://theconversation.com/what-schools-teach-about-9-11-and-the-war-on-terror-166936

Stoddard, J. (2021). Echoes of Terrorism in Today’s U.S. Classrooms: A Re-Reading of Media Used to Teach about 9/11. Canadian Social Studies, 52(2), 74-88. https://canadiansocialstudies.ca/index.php/css/article/view/26/26