Blog

Het onderwijsleergesprek: tool voor het bespreken van gevoelige onderwerpen

Het onderwijsleergesprek is een werkvorm die in het onderwijs gebruikt wordt om leerlingen zelf inzichten te laten verwerven in de leerstof. De meest voorkomende vorm is een gesprek tussen leerling(en) en docent, waarbij de leerling actief op zoek gaat naar meer dan feitenkennis. Dit wordt ook wel ‘high order denken’ genoemd, waarbij er vaardigheden, zoals evalueren, toepassen, samenvatten, analyseren en creëren, nodig zijn om diepere verbanden in de stof te kunnen leggen. Bij TerInfo gebruiken wij het onderwijsleergesprek om moeilijke, beladen en gevoelige onderwerpen te bespreken, zoals het Israëlisch-Palestijns conflict, grensoverschrijdende memes of de oorlog in Oekraïne. In deze blogpost leggen wij daarom uit wat een onderwijsleergesprek is, geven we tips voor het uitvoeren van een onderwijsleergesprek, en laten wij zien hoe wij het onderwijsleergesprek gebruiken in ons materiaal. 

In dialoog met de klas

Het onderwijsleergesprek gaat verder dan alleen een vraag-antwoordmodel. Met het inzetten van een onderwijsleergesprek hoef jij als docent niet alle antwoorden te hebben, maar kun je door middel van een dialoog met elkaar zoeken naar de kernpunten van het vraagstuk. Jij bent weliswaar de gespreksleider, maar de leerlingen geven input en vormen het gesprek.

TerInfo probeert na een heftige gebeurtenis, zoals de tramaanslag in Utrecht of de moord op Samuel Paty, zo snel mogelijk duiding te geven aan de situatie in de vorm van een lesbrief. Hierin gebruiken wij vaak het onderwijsleergesprek, omdat in zo’n situatie leerlingen vaak met veel emoties en meningen de klas in komen. Daarbij kan het zijn dat nog niet alle informatie bekend is. Tijdens het onderwijsleergesprek geef jij ruimte aan de leerling om deze emoties en meningen te uiten, maar daarnaast probeer jij door kritische vragen de leerlingen actief input te laten leveren aan het gesprek. Het stellen van kritische vragen zal dan leiden tot het verder analyseren van hun eerste emoties en meningen, waardoor de leerlingen ook vanuit meerdere perspectieven leren kijken naar de situatie. Door deze strategie toe te passen in je les help je om de situatie te duiden en kunnen leerlingen hun emoties en meningen uiten.

Het onderwijsleergesprek

Het onderwijsleergesprek, ook wel de socratische methode genoemd, is een sterk geleide gestructureerde dialoog. De term leergesprek heeft door de jaren heen een verandering in betekenis doorgemaakt. Voorheen duidde het leergesprek op het gezamenlijk, stapsgewijs doorgronden van een bepaald probleem onder strikte begeleiding van de docent. Tegenwoordig ligt de focus binnen het onderwijsleergesprek meer op het proberen te doorgronden van bepaalde problematiek of onderwerpen door middel van een gestructureerde dialoog. De gesprekleider, meestal de docent, kaart de probleemstelling of het onderwerp aan. Daarbij stelt de gespreksleider steeds kritische vragen om het probleem te verhelderen, en zorgt hij ervoor dat verworven inzichten uitgelicht worden. De leerlingen worden zelf aan het denken gezet doordat ze moeten nadenken over de gerichte vragen en door de vraagtechnieken van de docent (zie tips). Het onderwijsleergesprek is bijvoorbeeld goed in te zetten bij het activeren van voorkennis of het afsluiten van een les.

Tips

Het onderwijsleergesprek valt of staat met een goede vraagstelling en het constructief omgaan met de antwoorden van leerlingen. Er zijn een aantal tips die jou kunnen helpen bij het uitvoeren van een onderwijsleergesprek. Die zetten we hieronder op een rijtje.

Vraagstelling (tempo)

Het tempo waarop de vragen worden gesteld binnen het onderwijsleergesprek is belangrijk. Let erop dat je niet te snel een nieuwe vraag stelt. De leerlingen hebben tijd nodig om na te denken over een antwoord. Houd in je achterhoofd een wachttijd van ongeveer 10 seconden na het stellen van een vraag. 

Voorbeelden:

  • Wat is terrorisme?
  • Hoe ziet terrorisme eruit?
  • Wanneer is iemand een terrorist?

Vraagstelling (formulering)

Ook de manier waarop je een vraag formuleert, is van belang. Houd rekening met de volgende punten: Stel één vraag per keer. Voorkom daarbij herformulering van de vraag waarbij je onnodige informatie toevoegt. Stel geen gesloten vragen en beantwoord je eigen vraag niet. Dit belemmert het actief meedoen van leerlingen. Zorg dat je weet welke elementen van het antwoord je zeker wilt horen in het gesprek. Zo kun je leerlingen sturen naar de richting van het antwoord. Ook helpt het je om je vraag scherper te formuleren.

Bij de vraag ‘Wat is terrorisme?’, bijvoorbeeld, wil je de volgende elementen terug horen in het antwoord van de leerlingen:

  • Terroristen gebruiken geweld of dreigen geweld te gebruiken.
  • Terroristen willen landen dwingen iets te veranderen of iets niet te doen. 
  • Terroristen willen mensen bang maken. 
  • Door (dreigen met) geweld willen terroristen ervoor zorgen dat ze aandacht krijgen. 

Vaardigheden

Enkele (high order) vaardigheden staan centraal bij het onderwijsleergesprek, namelijk samenvatten, analyseren, vergelijken, toepassen, uitleggen en evalueren. Probeer deze vaardigheden te stimuleren bij de leerlingen door high order-vragen te stellen die raken aan deze vaardigheden. 

De volgende (door)vragen kun je stellen aan leerlingen om high order denken te stimuleren:

  • Kun je het begrip terrorisme toepassen op een voorbeeldsituatie die jij kent (zoals de aanslag op de Twin Towers)?
  • Kun jij een analyse maken van de gebeurtenis van de tramaanslag in Utrecht?
  • Kun je de aanslag op Peter R. de Vries eens vergelijken met de tramaanslag in Utrecht?
  • Kun jij nog iets verder uitleggen waarom je vindt dat de aanslag op Peter R. de Vries wel of geen terrorisme was?

Motiveren

Het kan zijn dat een leerling een antwoord geeft dat jij niet voldoende vindt. Moedig de leerling aan om juiste verbanden te leggen en om logische redeneringen te formuleren. Hardop meedenken kan helpen. Herhaal de redenering van de leerling en vergroot deze uit. Het kan ook helpen om de leerling te vragen om een deel van het antwoord extra uit te leggen. Kap de discussie niet te snel af. Ook is het niet bevorderlijk om te snel een andere leerling het woord te geven of zelf het antwoord te geven. 

Voorbeelden:

  • Probeer zo gedetailleerd mogelijk uit te leggen waarom de aanslag op Peter R. de Vries geen terroristische aanslag was. 
  • Je geeft aan dat de aanslagplegers iets willen veranderen, maar wat dan precies?

Succeservaring

Betrek ook passieve leerlingen. Niet elke leerling zal zich comfortabel voelen om actief bij te dragen aan het gesprek en zal geholpen moeten worden. Daarom zijn succeservaringen ook belangrijk. Benader antwoorden van leerlingen positief, ook al is het niet (helemaal) het goede antwoord. Zorg dat leerlingen dit succes ervaren, omdat anders het risico bestaat dat de motivatie en de eigenwaarde van de leerling verminderd wordt. 

Voorbeelden:

  • Je noemt al een aantal goede/belangrijke elementen, namelijk …
  • Waarom zijn deze elementen belangrijk?
  • Dit is een goed begin van een sterke redenering. Probeer deze redenering nog eens verder te analyseren.

Stel je op als gespreksleider

Het bespreken van terrorisme, politiek geweld en disruptieve gebeurtenissen in de samenleving is voor docenten geen makkelijke opgave. Emoties, meningen, verschillende perspectieven en het ontbreken van informatie zijn onzekere factoren die vaak bij het bespreken van dit soort onderwerpen een rol spelen en die ook jou beïnvloeden. Hiervan bewust zijn is de eerste stap, maar het is niet bevorderlijk om de discussie of het gesprek te laten leiden door je eigen emoties. Daarom is het onderwijsleergesprek een goede werkvorm om dit soort heftige onderwerpen te bespreken. 

Tijdens het onderwijsleergesprek kun jij je opstellen als gesprekleider en hoef jij niet álles van de situatie of het onderwerp te weten. Jij stelt de kritische vragen, waardoor de leerlingen zelf het probleem of onderwerp verder gaan uitdiepen. Uiteindelijk vormen de antwoorden van de leerlingen de kern van de discussie of het gesprek. Voor jou kan dit fijn zijn, omdat jouw emoties en standpunten niet het gesprek leiden en je daardoor vanuit een meer neutrale rol deze moeilijke onderwerpen kunt bespreken. 

Reguleren van emoties

Het kan moeilijk zijn om emoties die leerlingen hebben over het onderwerp te reguleren of te doorgronden. Ook kan het zijn dat leerlingen hele ongenuanceerde uitspraken doen met betrekking tot het onderwerp. Het onderwijsleergesprek kan je helpen om hiermee om te gaan, omdat de leerlingen door de kritische vragen min of meer gedwongen worden te reflecteren op uitspraken of antwoorden. Door deze analytische benadering leren leerlingen de kern van het probleem of de gebeurtenis te formuleren vanuit meerdere invalshoeken. Bovendien is het belangrijk dat je bij je bespreking duidelijke grenzen stelt aan wat er gezegd mag worden, zoals wanneer leerlingen discriminerende of racistische opmerkingen maken. 

In de klas

In onze lesbrieven, die we uitbrengen na disruptieve momenten in de samenleving waarbij de emoties vaak hoog oplopen, maken we veelvuldig gebruik van het onderwijsleergesprek. Kijk bijvoorbeeld naar onze lesbrief over de oorlog in Oekraïne of over de avondklokrellen om te zien hoe wij deze werkvorm inzetten in deze situaties om het gesprek in de klas zo veilig mogelijk te laten verlopen. 

Credits thumbnail

Taylor Wilcox (Unsplash), https://unsplash.com/license

Deze blog is geschreven door Yvon Wennekers, stagiair bij TerInfo (2022) en docent mens en maatschappij.

Lesgeven na de Utrechtse tramaanslag

Drie jaar geleden, op 18 maart 2019, opende een schutter het vuur in en bij de tram aan het 24 Oktoberplein in Utrecht. Leerkrachten in en rondom Utrecht stonden die dag voor een lastige taak: zij moesten bange kinderen geruststellen en de situatie duiden, terwijl zij zelf ook nog voor veel vragen stonden. Bjorn Wansink, Beatrice de Graaf en Elke Berghuis onderzochten hoe leerkrachten die dag hebben ervaren, wat voor keuzes zij maakten en voor wat voor dilemma’s zij stonden. Ze interviewden twaalf basisschoolleerkrachten die lesgaven in of rondom Utrecht op de dag van de tramaanslag. Wat blijkt er uit hun onderzoek? En wat kunnen we leren van de resultaten voor het bespreken van toekomstige heftige (gewelds)incidenten in de klas?

Lesbrief

TerInfo ontwikkelde diezelfde avond nog, op 18 maart 2019, een lesbrief met pedagogische handvatten om de aanslag te bespreken in de klas. Daarin werd er aandacht besteed aan de vraag hoe je controversiële onderwerpen bespreekt in de klas en wat de do’s en don’ts zijn bij het bespreken van geweldsincidenten, zoals terrorisme. De lesbrief eindigde met een voorbeeld van een lesopzet om het incident te bespreken.

Veiligheid en emotionele steun

Wat zeg je tegen je leerlingen als er een aanslag vlakbij plaatsvindt en ze vol angst en vragen zitten? De leerkrachten gaven aan dat ze twee doelen hadden. In de eerste plaats wilden ze leerlingen geruststellen en paniek voorkomen, ondanks dat er nog veel onduidelijk was. De sirenes waren tot in de klas te horen en sommige leerlingen kenden de schutter of hadden familieleden in de buurt van het 24 Oktoberplein. Leerlingen waren dan ook zichtbaar aangedaan in de klas. Door de aanslag te bespreken, ontstond er kalmte en een veilige omgeving, waardoor de leerlingen beter om konden gaan met de schok en onzekerheid die de aanslag bracht. Nadat leerkrachten de eerste schok en angsten opvingen, zorgden ze ervoor dat de leerlingen zich veilig voelden. Hierbij benadrukten ze dat de politie er alles aan doet om de schutter te vinden. Ook in de dagen daarna focusten ze zich extra op het welzijn van de kinderen.

‘Ik denk dat hoe meer kennis kinderen hebben over terrorisme, hoe minder bang ze ervoor zullen zijn.’

Kim*, leerkracht

Referentiekader

Het tweede doel van de leerkrachten, zeker in de dagen na de aanslag toen de emoties wat minder heftig waren, was om een referentiekader te schetsen, zodat de leerlingen konden begrijpen wat er was gebeurd. De leerkrachten richtten zich niet alleen op het bespreken van de aanslag zelf (Wat is er gebeurd? Waarom is dit gebeurd?), maar ook op het schetsen van een bredere context om de aanslag te begrijpen (Is dit al eerder gebeurd? Wat is terrorisme? Welke vormen van terrorisme bestaan er?). Door de gebeurtenis in een breder, historisch perspectief te plaatsen, konden kinderen beter omgaan met de situatie en nam hun angst af. Het historische perspectief laat namelijk zien dat terrorisme al langer bestaat, dat het komt en gaat, en dat onze reactie als samenleving erop belangrijk is.

Dilemma’s

De leerkrachten liepen tegen vier grote dilemma’s aan toen ze de aanslag wilden bespreken in hun klas.

Gebrek aan informatie

De leerkrachten ervaarden een gebrek aan informatie, waardoor het lastig was om de aanslag te bespreken. Er gingen in de media op 18 maart bovendien zoveel verschillende verhalen rond, dat de leerkrachten het lastig vonden om een accuraat verhaal te vertellen over de aanslag. Ze probeerden zich zoveel mogelijk te houden bij de feiten, maar dat was niet gemakkelijk. Zeker omdat kinderen allerlei ongefilterde berichten binnenkregen op hun telefoon, waaronder desinformatie over de locatie van de schutter.

Daarnaast gaven de leerkrachten aan dat ze algemene informatie over terrorisme misten. Hierdoor wisten ze niet goed waar ze mee moesten beginnen. Ze vonden het wel belangrijk om de aanslag bespreken, maar voelden zich niet goed genoeg geïnformeerd en te onzeker om les te geven over dit onderwerp.

Angst vergroten of verlagen?

Hoeveel informatie geef je aan leerlingen, en hoe zorg je ervoor dat je ze niet banger maakt dan ze al zijn? Dit was een groot dilemma voor de leerkrachten. Sommige leerkrachten voelden zich niet competent genoeg om te bepalen welke informatie geschikt was en welke details ze beter weg konden laten, omdat ze zorgen voor meer angst.

Welke perspectieven laat je toe?

Een klas bestaat uit verschillende leerlingen en dus ook uit verschillende meningen. Dit kan een probleem worden als de meningen in scherp contrast met elkaar staan en er een discussie ontstaat, of als een leerling vanuit zijn/haar perspectief een kwetsende opmerking maakt. De leerkrachten gaven aan dat ze het lastig vonden om te bepalen welke perspectieven ze wel en niet konden toelaten in de klas. Je wilt natuurlijk een veilige ruimte creëren voor alle leerlingen om zich te uiten en vrijuit te spreken, maar kan alles gezegd worden?

Onzekerheid richtlijnen en steun schoolleiding

Het laatste dilemma dat de leerkrachten benoemden, is de onzekerheid die ze ervaarden over de richtlijnen en steun van de schoolleiding. Scholen reageerden op verschillende manieren op de aanslag en de lockdown. Sommige schoolleiders verboden leerkrachten zelfs om het met de leerlingen over de aanslag te hebben. Dit zorgde voor veel frustratie bij de leerkrachten, want de leerlingen hadden duidelijk door dat er wat aan de hand was en stelden voortdurend vragen. Sommige leerkrachten zochten hun support elders en vonden die bijvoorbeeld in de lesbrief van TerInfo.

Aanbevelingen

Uit het onderzoek volgen drie aanbevelingen voor het bespreken van heftige geweldincidenten, zoals een terroristische aanslag. Ten eerste is het sterk aan te raden dat scholen protocollen ontwikkelen die leerkrachten helpen om te gaan met disruptieve momenten. Deze protocollen moeten met het gehele team (zowel leerkrachten als de schoolleiding) getest en geoefend worden. Ten tweede zouden leerkrachten aangemoedigd moeten worden om te reflecteren op hun eigen emoties, moraal en educatieve ideeën en hoe deze een rol spelen in de manier waarop ze reageren als ze geconfronteerd worden met trauma en extremisme. Ten derde helpt het om een historiserende benadering toe te passen om incidenten zoals de tramaanslag in te kaderen in de les. Je kunt hiervoor gebruikmaken van onze Kennisbank en onze lesplannen, bijvoorbeeld over de geschiedenis van terrorisme.

Meer weten?

Dit is een sterk ingekorte versie van het oorspronkelijke artikel over het onderzoek. Geïnteresseerd in de rest van het onderzoek? Lees dan het hele artikel en luister naar de podcast waarin Bjorn Wansink vertelt over het artikel en het bespreken van terrorisme in de klas.

*De namen van de leerkrachten zijn gefingeerd. Dat betekent dat Kim niet de echte naam is van deze leerkracht.

Credits thumbnail

Hansmuller (Wikimedia Commons), https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0/deed.nl

Podcast Terrorism and Political Violence met David Rapoport

Terrorism and Political Violence (TPV) is een podcastserie geproduceerd door het wetenschappelijk tijdschrift Terrorism and Political Violence in samenwerking met het interdisciplinaire kennisplatform Security in Open Societies van de Universiteit Utrecht. In de aflevering van mei is terrorismedeskundige David Rapoport aan het woord. 

Terrorism and Political Violence

In de podcastserie gaan redacteuren van het tijdschrift Terrorism and Political Violence in gesprek met bijzondere gasten over de geschiedenis van terrorisme, de oorzaken en gevolgen van terrorisme, vragen over politiek geweld en grote mondiale trends en dreigingen. De serie bestaat uit twee delen. In de ‘Book Talks’ vinden gesprekken met auteurs naar aanleiding van een nieuwe publicatie plaats. In de ‘Issues up Close’ wordt de nieuwste uitgave van TPV nader belicht en schuiven onderzoekers aan die hebben bijgedragen aan het tijdschrift.

Een vijfde golf van terrorisme?

In mei is David Rapoport te gast, bekend van de golventheorie van terrorisme die TerInfo ook gebruikt in haar lesmateriaal. In zijn nieuwe uitgave van Waves of global terrorism (verschijnt mei 2022) vertelt Rapoport over een mogelijke vijfde golf van terrorisme, vanuit rechts-extremistische hoek. Luister hier naar een preview: 

In de klas

Wil jij aandacht besteden aan de golventheorie van David Rapoport? Bekijk ons dossier over de golventheorie, of ga direct aan de slag met onze lesplannen over de golven van terrorisme.  

Naar de podcast

Lees hier meer over de podcast en luister naar deze en eerdere afleveringen. De podcast is ook te beluisteren via Spotify of Soundcloud. 

Hoe groot is de dreiging van terrorisme in Nederland?

Drie keer per jaar publiceert de NCTV het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN), waarin ze het dreigingsniveau in Nederland bepalen, onder andere gebaseerd op informatie van inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de politie. In oktober 2021 verscheen het 55ste DTN. Wat zijn de laatste ontwikkelingen? 

Dreigingsniveau

In Nederland kennen we vijf niveaus van oplopende dreiging. Eind 2019 stelde de NCTV dit niveau bij, van 4 (substantieel) naar 3 (aanzienlijk). In het laatste DTN blijft dit dreigingsniveau op 3 staan. Dat wil zeggen dat de kans op een terroristische aanslag in Nederland voorstelbaar blijft, hoewel er geen concrete aanwijzingen zijn dat personen een dergelijke aanslag voorbereiden. De dreiging komt in Nederland vooral vanuit de jihadistische beweging en vanuit rechts-extremistische hoek. 

Jihadistische beweging

De dreiging vanuit jihadistische hoek is al enkele jaren aanwezig in Nederland, en blijft onveranderd. In West-Europese landen zijn de afgelopen jaren ook vanuit deze hoek aanslagen gepleegd, zoals die in Wenen, Londen, Conflans-Sainte-Honorine en Luik. Ook in eigen land kwam jihadistisch geweld voor, denk aan de aanslag in De beweging in Nederland telt ongeveer vijfhonderd aanhangers, bestaande uit netwerken en individuen. Volgens de NCTV is jihadistisch geweld door individuele daders het meest voorstelbaar, hoewel jihadistisch geweld in groepsverband ook voorstelbaar is. De beweging is gefragmenteerd en er lijkt nauwelijks sprake van groei of mobilisatie. Bovendien wordt de beweging goed in de gaten gehouden en zijn er zo aanslagen voorkomen vanuit jihadistische hoek, zoals in september 2018 in Arnhem

De NCTV houdt daarnaast mondiale ontwikkelingen in de gaten, zoals de transformatie die terroristische organisatie Islamitische Staat ondergaat en de machtsovername van de Taliban in Afghanistan, die terroristische organisaties ruimte zou kunnen geven. Deze ontwikkelingen kunnen relevant zijn voor het dreigingsbeeld in Nederland.

Rechts-extremistische hoek 

De NCTV noemt in het DTN ook de kans op een aanslag vanuit rechts-extremistische hoek voorstelbaar. Dit baseert de NCTV op de betrokkenheid van een paar honderd Nederlandse mannen, tussen de 12 en 20 jaar, bij online accelerationistische netwerken. Wat het rechts-extremistisch gedachtegoed en accelerationisme precies inhouden, lees je hier in onze kennisbank. Nationale en internationale veiligheidsdiensten noemen rechts-extremistisch terrorisme de snelst groeiende dreiging van het moment. Maar is deze vorm van terrorisme ook echt nieuw? En vormt rechts-extremistisch terrorisme de nieuwe, vijfde golf van terrorisme? 

In de klas

Wil je aandacht besteden aan de laatste ontwikkelingen in de klas? Gebruik ons lesplan Wat is terrorisme? om aandacht te besteden aan de ontwikkeling van terrorisme, de verschillende golven en de mogelijke vijfde golf. Ook kun je leerlingen in een verrijkingsopdracht zelf aan de slag laten gaan met het laatste DTN.

Toegang?

Om de gelinkte artikelen in onze kennisbank te lezen, heb je een account nodig. Docenten (PO, VO, mbo) kunnen zich gratis registreren. Sta je niet voor de klas en wil je toch toegang? Stuur ons dan een mail

Lesbrief naar aanleiding van de Russische invasie in Oekraïne

Op 24 februari werd Europa wakker met het nieuws dat de Russische invasie in Oekraïne was begonnen. De militaire operatie was door president Vladimir Poetin op de Russische staatstelevisie aangekondigd. Russische troepen bezetten de oostelijke provincies Donetsk en Loehansk, vielen vanuit Rusland, Belarus en vanaf de Krim Oekraïne binnen en trokken op naar het noordelijk gelegen Kiev, de hoofdstad van Oekraïne. Op donderdag 24 februari werden diverse steden in Oekraïne beschoten met raketten, waaronder Kiev. Volgens de Duitse Bondskanselier Olaf Scholz dreigt er nu voor het eerst sinds meer dan 75 jaar weer een wereldoorlog.

Oekraïne heeft de bevolking opgeroepen om terug te vechten. Mannen tussen de 18 en 60 jaar mogen het land niet verlaten en moeten zich melden bij het leger. Er wordt op diverse plekken in het land gevochten en er zijn waarschijnlijk al honderden doden gevallen. De Verenigde Naties schatten in dat ten minste 100.000 Oekraïners op de vlucht zijn geslagen, en dat dat aantal zal oplopen.

Vrijwel alle leerlingen zullen over de oorlog hebben gehoord en hebben er vragen, meningen of emoties bij. Deze lesbrief is bedoeld ter ondersteuning van docenten in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Wat zijn manieren om de oorlog te bespreken?

Doelen lesbrief

Deze lesbrief start in vraag-en-antwoordvorm met een kort historisch overzicht van de relatie tussen Oekraïne en Rusland en hoe de spanningen tussen beide landen de afgelopen jaren opliepen. Deze historische context helpt om afstand te nemen van directe gebeurtenissen en emoties, en om via parallellen met het verleden het heden beter te begrijpen. Vervolgens gaan we in op de beweegredenen van Poetin en op de reacties van de internationale gemeenschap. 

In het tweede deel van de lesbrief geven we een pedagogisch kader waarin de recente gebeurtenissen kunnen worden besproken in de klas. Dit bestaat uit algemene tips voor het voeren van het gesprek over situaties van conflict en geweld, waarin ook controverses een rol kunnen spelen, die aangepast zijn op de situatie rondom Oekraïne. De lesbrief biedt vervolgens werkvormen op verschillende niveaus en voor verschillende leeftijden, waarmee docenten de oorlog in Oekraïne kunnen bespreken. Leerlingen leren door deze werkvormen onder meer de huidige veiligheidssituatie te duiden, zich te verplaatsen in de diverse posities en situaties, en kritisch te kijken naar de manier waarop Poetin zijn daden legitimeert. Ten slotte horen we graag wat je van deze lesbrief vond.

Utrecht, 27 februari 2022.