Blog

‘Dat klopt niet! Ik ga het aan mijn ouders vertellen!’ Omgaan met ouders en verzorgers bij het lesgeven over gevoelige en controversiële onderwerpen.

‘Dat is onzin en klopt niet! Ik ga het aan mijn ouders vertellen!’ is de zin die docenten vrezen te horen van hun leerlingen wanneer ze gevoelige en controversiële onderwerpen bespreken in de klas. Het is niet ongebruikelijk dat docenten zich zorgen maken over ouders/verzorgers die naar school komen om erover te klagen dat leerlingen zojuist een andere manier van denken over bepaalde kwesties hebben geleerd. Uitdaging van het eigen gevoel van ‘waarheid’ en ‘realiteit’ kan bij leerlingen en ouders tot confronterende reacties leiden. Maar hoe kan je omgaan met deze mogelijke weerstand? Om docenten, onderwijsprofessionals en schoolleiders te helpen om echte of vermeende spanningen te voorkomen heeft TerInfo een handleiding opgesteld. Deze staat vol met handvatten om op een respectvolle, gevoelige, systematische en oplossingsgerichte manier hier mee om te gaan.

Controversiële kwesties

Wat maakt dat iets als controversieel wordt ervaren? Wat op het ene moment als controversieel wordt ervaren, kan op een ander moment relatief onschuldig lijken; en wat in de ene context controversieel is, is dat in een andere context misschien niet. Het is soms lastig om van tevoren in te schatten hoe de bespreking zal lopen en welke gevoelens deze zal oproepen. Maar als een onderwerp als controversieel wordt ervaren, wordt dat vaak vanzelf duidelijk: de spanning neemt toe en emoties kunnen oplopen. Leerlingen of ouders blijken tegenstrijdige denkbeelden te hebben over onderwerpen, gebaseerd op verschillende waarden. En dit kan voor verdeling zorgen.

In het onderwijs kunnen controversiële kwesties ontstaan over elk aspect van het schoolleven, zoals het curriculum, maar ook de schoolcultuur. Docenten kunnen problemen ervaren met het lesgeven over een lange lijst aan onderwerpen. Hieronder vallen bijvoorbeeld: mensenrechten, vrijheid van meningsuiting, geschiedenis van oorlog of conflicten, burgerschap, seksuele diversiteit, migratie, racisme/discriminatie, klimaatverandering, genocide, islam, abortus, terrorisme, antisemitisme, evolutie, COVID-19 en vaccinaties.

De pedagogische balans

Lesgeven over controversiële onderwerpen is een grote uitdaging die tot pedagogische dilemma’s kan leiden. Je wil als docent leerlingen kennis meegeven over gevoelige onderwerpen en hen leren hoe ze hier een gezonde discussie over kunnen voeren. Maar dit kan ook spanning veroorzaken voor de leerling. Bijvoorbeeld als familieleden van de leerling een ander standpunt hebben, en er loyaliteitsconflicten optreden. Deze handleiding wil docenten daarom helpen om proactief een positieve band met ouders op te bouwen. Zo kan de ’tikkende tijdbom’ van een (onverwachtse) botsing met ouders worden voorkomen en kan de angst voor confrontatie worden verminderd.

Voor wie?

We richten ons in de handleiding voornamelijk op wat docenten op het niveau van de school en op persoonlijk niveau kunnen doen om mogelijke problemen in de communicatie met ouders te voorkomen en zich erop voor te bereiden. Zo is de handleiding een instrument voor zelfreflectie waarmee docenten kunnen nadenken over de manier waarop ze de communicatie aanpakken. De strategieën voor de schoolbrede benadering zijn nuttig voor docenten omdat het hen in staat kan stellen om invloed uit te oefenen op de besluitvormingsprocessen in de school. Maar ook voor schoolleiders is de handleiding relevant. Hen moedigen wij aan om de juiste omstandigheden te creëren en/of te ondersteunen zodat docenten zich veiliger voelen in uitdagende situaties.

Deze handleiding is gebaseerd op een internationale handleiding voor geschiedenisdocenten op de Balkan. Dit gebied wordt nog steeds gekenmerkt door grote spanningen over het geschiedenisonderwijs. TerInfo heeft de handleiding samen met een expertgroep van docenten en deskundigen aangepast en – waar mogelijk – in de Nederlandse context geïntegreerd. We denken dat veel delen van de handvatten ook bruikbaar zijn buiten het geschiedenisonderwijs.

Verder lezen?

Benieuwd geworden naar de handvatten? Je leest de handleiding hier.

Credits thumbnail

TerInfo.

Dreigingsniveau verhoogd naar niveau 4: wat betekent dit?

Het dreigingsniveau in Nederland is verhoogd, dit is aangekondigd door de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. Het dreigingsniveau is verhoogd van 3 (aanzienlijk) naar 4 (substantieel). Dit houdt in dat de kans op een terroristische aanslag in Nederland ‘reëel’ wordt geacht. Maar wat betekent dit precies? Hoe groot is de kans om slachtoffer te worden van een aanslag? Dit artikel van Kidsweek en TerInfo geeft antwoord op veelgestelde vragen en kan helpen om dit onderwerp uit te leggen aan (jonge) kinderen.

1. Wat is er nu precies veranderd?

Nederland werkt met niveaus die aangeven hoe groot de kans is op een terroristische aanslag in of tegen ons land. Het dreigingsniveau gaat nu van drie naar vier. Dat is het op één na hoogste niveau. Het betekent dat de kans op een terroristische aanslag ‘reëel’ is. Belangrijke redenen zijn oplopende spanningen door de oorlog in Gaza en Israël en aanslagen in andere Europese landen.

2. Wat is terrorisme precies?

Het woord komt van het Franse woord ’terreur’. Dat betekent ‘angst’. Terrorisme is politiek geweld door een mens of groep mensen. De terrorist wil de regering van een land iets laten doen waarvan hij vindt dat het nodig is. Of het doel is om de bevolking bang te maken en zo een land te dwingen iets te doen. Denk bijvoorbeeld aan de moord op de Nederlandse politicus Pim Fortuyn in 2002: hij werd vermoord om te voorkomen dat hij de verkiezingen zou winnen en veel invloed zou krijgen in Nederland. Met ons lesplan ‘Wat is terrorisme?’ kun je uitgebreider stilstaan bij wat terrorisme is.

3. Waarom zou iemand zoiets doen?

Een terrorist gelooft niet meer dat er een andere oplossing is voor wat hij of zij wil. Daarom gebruikt hij geweld. Uit onderzoek blijkt dat wat een terrorist wil bereiken, bijna nooit lukt. Het effect is vaak zelfs het tegenovergestelde.

4. Moeten we in Nederland nu bang zijn?

De kans dat je in Nederland bij een terroristische aanslag betrokken raakt is nog altijd erg klein. In de laatste twintig jaar zijn er nog geen twintig doden gevallen door terrorisme. En in ons land leven meer dan zeventien miljoen mensen. Daarnaast zie je in de geschiedenis dat terrorisme komt en gaat. Als een golf. En dat het niet iets is wat nieuw is, of ineens veel erger is geworden. Het is iets van alle tijden.

5. Moeten scholen extra voorzichtig zijn?

Net als winkelcentra of religieuze gebouwen als kerken en moskeeën zijn scholen plekken waar terroristen veel aandacht kunnen krijgen voor hun daden. Maar de Nederlandse veiligheidsdiensten, de mensen die terrorisme onderzoeken en voorkomen, doen goed hun werk. Zij zijn nu extra alert. Dus de kans dat je ermee te maken krijgt is heel klein. Er is dus geen reden om je zorgen te maken.

Het oorspronkelijke artikel van Kidsweek lees je hier: https://www.kidsweek.nl/nieuws/dreigingsniveau-in-nederland-omhoog-wat-betekent-dat

Uitleg over het dreigingsbeeld terrorisme Nederland lees je hier: https://www.nctv.nl/onderwerpen/dtn

Credits thumbnail

Mediacentrum Defensie, Foto’s: Aaron Zwaal https://creativecommons.org/publicdomain/zero/1.0/

Lesbrief: Hoe bespreek je het Israëlisch-Palestijns conflict?

Let op: deze lesbrief is geschreven om een kort overzicht en historische achtergrond en pedagogische handvatten te bieden bij de aanval van Hamas en de daaropvolgende oorlog met Israël. De lesbrief werd onmiddellijk na 7 oktober 2023 geschreven en is daarna slechts marginaal geüpdatet om de centrale feiten aan te passen. Het biedt geen overzicht van meer recente gebeurtenissen. 

Het Israëlisch-Palestijns conflict komt regelmatig in het nieuws. Op 7 oktober 2023 vuurde de Palestijnse terroristische organisatie Hamas honderden raketten af vanuit de Gazastrook op verschillende doelen in Israël. Ook openden Hamasleden een aanval op festivalgangers in het zuiden van Israël, executeerden ze Israëlische burgers en ontvoerden ze tientallen vrouwen en kinderen. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu noemde dit ‘een oorlog tegen Israël’ en kondigde de oorlogstoestand af. Israël reageerde met honderden luchtaanvallen en aanvallen met grondtroepen op de Gazastrook. De aanval van Hamas en de reactie van Israël daarop kan bij leerlingen hele verschillende reacties oproepen en tot spanning leiden in de klas. Daarom is het verstandig vooraf goed te bedenken hoe je het onderwerp gaat bespreken. In deze lesbrief doen we een aantal aanbevelingen die moeten worden gezien als hulpmiddelen. Het is uiteindelijk de docent die het beste de situatie in de klas kan inschatten. 

Het is al decennia erg onrustig in de regio en het conflict laait dan ook met regelmaat op. Daarbij zit het conflict al tijden in wat experts noemen een ‘onhoudbare patstelling’: er is zoveel onenigheid over zelfs de basisvoorwaarden voor een oplossing, dat vredesbesprekingen hopeloos lijken. Voor veel Israëliërs en Palestijnen geldt dat ze elkaar als de aanstichter zien van het geweld. Dit maakt dat de partijen niet snel tot een oplossing zullen komen. Het Israëlisch-Palestijns conflict ligt zeer gevoelig en kan leiden tot heftige reacties op sociale media en ook in de klas. In deze lesbrief noemen wij een aantal overwegingen bij het bespreken van dit conflict.

Het conflict kan heftige reacties oproepen

De discussies die er spelen over het conflict zijn erg gepolariseerd: aan de ene kant zijn er mensen die de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden en het geweld gericht op Palestijnse burgers goedkeuren. Elke kritiek op Israël of begrip voor de Palestijnen wordt dan als ondersteuning van terrorisme of als antisemitisme afgedaan. Anderzijds zijn er mensen die sympathiseren met de Palestijnse bevolking. Onder deze groep kunnen ook antisemitische en antizionistische sentimenten aanwezig zijn. Soms zullen ze geweld tegen (Israëlische) Joden vergoelijken en de vernietiging van de staat Israël bepleiten. Dit zijn de uiterste polen in de discussie rondom het Israëlisch-Palestijns conflict. Scholieren kunnen de gehele bandbreedte van meningen laten zien.

Is het raadzaam om het conflict te bespreken?

Wanneer een conflict doorlopend in de media aanwezig is, is het heel moeilijk om het niet te bespreken of te benoemen. Maar hoe ga je te werk als je dit wil bespreken in de klas?

  1. Als eerste stap kun je zo kort en zo feitelijk mogelijk benoemen wat er aan de hand is. TerInfo raadt aan daarvoor expliciet aan te sluiten bij officiële standpunten van de internationale gemeenschap, de VN, de EU en de Nederlandse regering, en deze ook als zodanig te benoemen. Die standpunten vormen immers het speelveld. Niet wij, of de leerlingen, maar de officiële gemeenschap (van nationale en internationale overheden) bepaalt wat juridisch gezien terrorisme of oorlog is. 
  2. De tweede stap is om aan te geven dat dit weliswaar de officiële standpunten zijn, maar dat er daarnaast uiteenlopende meningen, gevoelens en inschattingen van de context denkbaar zijn, en dat de zaken altijd kunnen veranderen. Deze twee stappen zijn belangrijk, want het is zaak dat leerlingen gewezen worden op de rechtsstatelijke context en dat we leerlingen niet onbewust in een grens- of wetsoverschrijdend discours alleen laten.
  3. De derde stap is dat je moet bedenken hoe je in het licht van bovenstaande kaders, die nu gelden en er zijn, met leerlingen in gesprek komt. Als het bekend is dat (een aantal) leerlingen sterke meningen hebben over het conflict, is het belangrijk om te overwegen of het conflict überhaupt wel in de klas moet worden besproken. Dit hangt vooral af van de vraag of het mogelijk is om een veilige sfeer te creëren in de klas, waarin leerlingen hun meningen kunnen delen zonder dat dit al te heftige reacties oproept bij andere leerlingen. De leerlingen hoeven het niet met elkaar eens te zijn over het conflict, maar ze moeten wel respect hebben voor elkaars meningen en anderen niet beledigen of discrimineren. Wees je als docent ook bewust van de grenzen van multiperspectiviteit in een rechtsstaat. Het steunen van een terroristische organisatie (werven, rekruteren, trainen, financieren, aanzetten tot haat of geweld) kan in sommige gevallen zelfs strafrechtelijke gevolgen hebben voor de jongere (zie dit voorbeeld en deze uitspraak uit 2017). Maar ook buiten het strafrechtelijke domein kunnen radicale uitspraken tot schorsing leiden. Het is dan ook belangrijk dat docenten hier leerlingen van bewust maken. 

Soms is het verstandig het conflict eerst iets te laten ‘afkoelen’ voor dat je het bespreekt in de klas. Als je onzeker voelt als docent, kun je de les eerst met een andere docent bespreken of schoolbreed afstemmen welke docenten de aanval bespreken en hiervoor de meeste expertise in huis hebben. 

Mocht je het conflict gaan bespreken, dan raden wij je aan om rekening te houden met onze Do’s & Don’ts bij het bespreken van controversiële onderwerpen. Sommige leerlingen zullen sterk emotioneel betrokken zijn bij het onderwerp. Het is belangrijk daar ruimte voor te geven, zonder dat het ten koste gaat van anderen. Emoties kunnen sterk iemands opvattingen sturen en kunnen daardoor bovenstaande stap 1 en 2 bemoeilijken. Ook raden we je deze blog aan, met strategieën voor het bespreken van polariserende onderwerpen en het omgaan met heftige uitspraken. Het kwadrant wat in de blog beschreven wordt kun je gebruiken om vooraf al na te denken over hoe je mogelijk wilt reageren op extreme uitspraken in de klas.  Een aantal van onze tips zijn hieronder uitgewerkt.

1. Wees realistisch, en let op je woordkeuze

Wees realistisch. Begin altijd door heel kort te wijzen op wat officieel de standpunten zijn. Leerlingen moeten dat weten, want dat zijn de rechtsstatelijke en internationaalrechtelijke kaders en die scheppen feiten, of we dat willen of niet. Als leiders als Netanyahu of Biden zeggen dat er sprake is van een oorlog, dan heeft dat betekenis volgens het internationaal recht en schept dat nieuwe regels. Onder die regels is er bijvoorbeeld ruimte om te mogen bombarderen. Leerlingen moeten begrijpen dat dat de realiteit is en dat dit geen kwestie is van meningen. Maar daarna moet er vrijwel meteen ruimte zijn voor verdere reflectie op de situatie, en voor het formuleren van eigen standpunten en meningen.

De woorden die je gebruikt zeggen indirect al veel over je eigen standpunt in het conflict. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het gebruik van ofwel ‘Palestijnse gebieden’ of ‘Palestina’. Daarom is het van belang dat je je bewust wordt van je eigen standpunt en het mogelijk effect van je woordkeuze voordat je het conflict bespreekt. Bij TerInfo houden wij de duidingen van Nederland en de Europese Unie aan. De EU spreekt over ‘Palestijnse gebieden’ of ‘Palestijnse Autoriteit’, erkent Israël als staat en ziet Hamas als terroristische organisatie. Nederland ziet de militaire acties van Israël niet als (staats)terreur. Wel beschouwt Nederland de Israëlische nederzettingen in de Palestijnse gebieden als illegaal.

2. Heb feitenkennis paraat

Het Israëlisch-Palestijns conflict is een enorm complex geheel en lastig om in één les samen te vatten. Belangrijk is dat dit conflict niet wordt versimpeld. Zo zijn bijvoorbeeld niet alle Palestijnen en Arabieren moslim en niet alle Israëliërs joods. 

En ook is het niet altijd oorlog, maar zijn er ook diverse periodes van tijdelijke vrede geweest, en van tijdelijk succesvolle vredesonderhandelingen. Wijs ook op dit soort hoopvolle en feitelijke gebeurtenissen.

Deze video’s van NOS op 3 en het NOS Jeugdjournaal leggen beknopt uit hoe het geweld gelinkt is aan de geschiedenis van de regio. Onze lesplannen kunnen gebruikt worden om in een volledige les stil te staan bij dit conflict. Bekijk ook ons dossier over Israël-Palestijnse gebieden.

Meer lezen over de achtergrond van het Israëlisch-Palestijns conflict? Lees het hier in onze kennisbank.

Bereid je goed voor 

Om een discussie op een goede manier te laten verlopen, is het van belang dat je als docent eerst naar jezelf kijkt. Je kunt jezelf de volgende vragen stellen:

  • Weet ik genoeg over dit onderwerp?
  • Heb ik er bewust of onbewust al een eigen mening over?
  • Kan ik die mening opschorten, aangezien er al zoveel meningen zijn op dit dossier en het zaak is de feiten enigszins objectief op tafel te krijgen? 
  • Welke emoties spelen er bij mijzelf als het gaat om dit onderwerp?
  • Hoe kan ik deze emoties reguleren tijdens de discussie?
  • Welke verschillende perspectieven leven onder mijn leerlingen?
  • Hoe zorg ik ervoor dat dit ook mogelijke spanningen in de klas de-escaleer en het gesprek openhoud? 
  • Kan geschiedenis helpen? Maak bijvoorbeeld gebruik van een van de video’s die we linken. Door eerst in te zoomen op het verleden, leid je even af van het heden. 
  • Wat weet ik in grote lijnen over het historisch kader van het onderwerp? 

3. Benoem tegengeluiden

Hoewel de situatie weinig hoopgevend is, is het belangrijk om te benadrukken dat er een verschil is tussen Palestijnse en Israëlische leiders en burgers. Hoewel er naarmate dit conflict voortduurt meer burgers aan beide kanten zijn die het geweld van hun leiders steunen of goedpraten, zitten veel mensen niet te wachten op dit geweld. Er bestaan ook actiegroepen die zich inzetten voor vrede, zoals deze vredeswandeling van meer dan 5000 Israëlische en Palestijnse vrouwen georganiseerd door Women Wage Peace (zie statement op X), en organisaties die oproepen tot vredig samenleven, zoals Standing Together.

Enkele tips voor tijdens het gesprek

  1. Zorg voor een veilige sfeer. Dit kun je doen door eerst nog kort stil te staan bij belangrijke regels in de klas, zoals luisteren naar elkaar en elkaar laten uitspreken. Dit kun je zelf uit de leerlingen laten komen. Hier eerst over spreken kan al wat rust geven in de klas. 
  2. Stel grenzen aan meningen als deze doorslaan en kwetsend worden, 
  3. De achtergrond van het conflict is complex. Zorg dat je jezelf als docent ook inleest. 
  4. Wees je bewust van de verschillende achtergronden van je leerlingen. 

Hoe om te gaan met sociale media en heftige beelden?

Op diverse sociale mediakanalen zijn veel beelden te zien en te vinden van de gebeurtenissen in Israël en Gaza. Soms zien leerlingen (heftige) beelden die hun docenten niet zien. Hoe kun je daar als docent op reageren? Je kunt terugvallen op een aantal vragen om de leerlingen te laten reflecteren op media- en brongebruik. Bijvoorbeeld: ‘Wie heeft de bron gemaakt of geschreven?’, of: ‘Waar heb je dit beeld gezien, op welk platform?’ en: ‘Wat voor soort bron is het?’

Maar we willen ook benadrukken – en maak het vooral bespreekbaar in de klas – dat je die heftige beelden soms beter niet kunt kijken. Hoewel je vaak niet zelf bepaalt welke beelden er langskomen op je tijdlijn of overzichtspagina, kun je wel iets doen om heftige beelden (tijdelijk) te beperken (zie kader).

Daarnaast is het belangrijk om leerlingen erop te wijzen dat ze die heftige beelden niet verder moeten verspreiden op sociale media. Zo kunnen ze actief een bijdrage leveren aan de-escalatie. Want de beelden kunnen leiden tot spanningen en angst. Daarnaast is het raadzaam om als de docent ook uit te leggen dat je door het delen van filmpjes van organisaties die Nederland als terroristisch kwalificeert zelf ook strafrechtelijk in de problemen kunt komen. Vaak zijn leerlingen zich hier niet van bewust. Ten slotte voelen leerlingen zich vaak machteloos na zo’n heftige gebeurtenis. Door met leerlingen te bespreken hoe ze zelf kunnen bijdragen aan een vreedzame en eerlijke samenleving, krijgen ze weer meer een gevoel van controle, waardoor hun angst wellicht afneemt. Het niet delen van filmpjes is hierin een belangrijke stap.

Heftige beelden beperken op sociale media

  • Instagram: Klik op je profielfoto. In de rechter bovenhoek van je scherm staan drie lijntjes, klik daarop. Ga vervolgens naar Instellingen & Privacy, klik op ‘voorgestelde inhoud’ en dan op ‘gevoelige inhoud’. Je kunt hier ‘minder’ aanklikken, waarmee Instagram je minder berichten zal laten zien die als potentieel gevoelig worden beschouwd. Let op: Je kunt nog steeds heftige beelden zien van accounts die je zelf volgt.
  • TikTok: Klik op je profielfoto. In de rechter bovenhoek van je scherm staan drie lijntjes, klik daarop. Ga naar Instellingen & Privacy, contentvoorkeuren en kies ‘beperkte modus’. In deze modus worden berichten die mogelijk niet voor minderjarigen geschikt zijn, beperkt. Ouders kunnen deze modus ook instellen als ze gebruikmaken van Gezinskoppeling.
  • YouTube: Om te voorkomen dat YouTube automatisch video’s afspeelt die je niet zelf uitkiest, zet je ‘autoplay’ uit. Dat kan op twee manieren. Wanneer je een video afspeelt, staat er onderin een schuifje met daarin een ‘afspeel’ en ‘pauze’-knop. Als je deze op pauze zet, staat autoplay uit. Alternatief is dat je in de app navigeert naar je instellingen en autoplay uitzet.

Voor meer tips over Facebook en X, zie deze post.

Werkvormen

We ontwikkelden een viertal werkvormen waarmee je op verschillende manieren aandacht kunt besteden aan de gebeurtenissen van dit weekend. De werkvormen zijn geschikt voor diverse niveaus en leeftijdsgroepen en kunnen helpen bij het reguleren van emoties, bij het in kaart brengen van de gebeurtenissen en het boven tafel krijgen van de perspectieven die er leven, of helpen om de situatie te de-escaleren. Let op: om deze werkvormen te bekijken, heb je een account nodig. Die kun je als docent gratis aanvragen.

Meer weten?

  • Voor meer achtergrondinformatie over de aanval van Hamas op Israël (7-10-23) en de reactie van Israël daarop, zie dit artikel in onze kennisbank.
  • Voor meer achtergrondinformatie over waarom dit conflict tot heftige reacties leidt, zie dit artikel in onze kennisbank.
  • Voor meer achtergrondinformatie over het Israëlisch-Palestijns conflict en het oorlogsrecht, zie dit artikel in onze kennisbank.

Let op: om deze artikelen te kunnen lezen, heb je een account nodig. Die kun je als docent gratis aanvragen.

Meer tips?

Credits thumbnail

RJA1988 (Pixabay), https://pixabay.com/nl/service/license/

Terrorisme in het klaslokaal. Wat weten, vinden en voelen leerlingen en studenten van terrorisme? 

De moord op de Franse leraar Samuel Paty (2020) en terroristische aanslagen zoals die in Wenen (2020), Hanau (2020), Londen (2019), Bayonne (2019), Halle (2019) en Utrecht (2019) zorgden voor een enorme schok in en buiten Europa. Ook jongeren zagen berichten in het nieuws en op sociale media hierover, wat vragen en emoties bij ze opriep. Hoewel docenten hier de afgelopen jaren wel aandacht aan wilden besteden, blijkt uit onderzoek dat docenten het vaak moeilijk vinden om les te geven over controversiële onderwerpen, zoals terrorisme. Dus hoe geef je daar dan les over? En wat weten, vinden en voelen leerlingen en studenten eigenlijk met betrekking tot terrorisme?  

Onderzoekers van TerInfo hebben in 2019 en 2020 een onderzoek uitgevoerd onder middelbare scholieren en mbo-studenten om hierachter te komen door middel van een vragenlijst (N=232), interviews (N=13) en observaties in gastlessen. De resultaten zijn onlangs gepubliceerd als ‘research note’ in wetenschappelijk tijdschrift Studies in Conflict and Terrorism. In deze blog beschrijven we de belangrijkste resultaten, de methode die TerInfo toepast in het lesgeven over terrorisme en de implicaties van dit onderzoek. 

Wat weten leerlingen en studenten van terrorisme? 

Meer dan de helft van de leerlingen en studenten die meededen aan de vragenlijst bespreken terrorisme niet op school. Toch konden alle geïnterviewde leerlingen en studenten voorbeelden opnoemen van terroristen, terroristische organisaties en aanslagen. Vooral IS en de aanslagen in Utrecht, Christchurch en Berlijn werden vaak genoemd. Daarnaast benoemden sommige geïnterviewden aanslagen die in de Nederlandse media minder aandacht hebben gekregen, maar relevant waren voor de leerlingen en/of studenten vanwege hun eigen etnische of religieuze achtergrond (bijvoorbeeld in het Midden-Oosten en Noord-Afrika).  

Waar halen leerlingen en studenten hun informatie over terrorisme vandaan?

Leerlingen en studenten komen vooral aan informatie over terrorisme via traditionele en sociale media, via hun ouders en andere familieleden. Ze gaan kritisch om met de informatie die ze ontvangen. Zo hebben ze over het algemeen meer vertrouwen in berichten afkomstig van traditionele media, zoals de NOS, dan in berichten die ze doorgestuurd krijgen van hun vrienden of die verschijnen op hun tijdlijn op sociale media. Als ze iets niet vertrouwen, gaan de jongeren zelf op zoek naar meer informatie via Google. In de gastlessen die we gaven vlak na de aanslag in Christchurch viel op dat veel kinderen en jongeren de beelden van de aanslag hadden gezien, gedownload en/of gedeeld. Sommige jongeren kregen het via WhatsApp binnen en dachten dat het ging om beelden van een videogame. Zo vertelt een 17-jarige student:

Ik heb er een deel van gezien. (…) Halverwege heb ik het uitgezet… (lacht). Ik dacht zoiets als: Ik hoef dit niet te zien. Het was echt… Het doet pijn om het te zien. Het is vreselijk.

Wat vinden leerlingen en studenten van terrorisme? 

De meeste leerlingen en studenten hebben het idee dat terroristen geestesziek zijn. Ze denken bovendien dat terroristische aanslagen meestal gepleegd worden uit naam van een religie. Ook zien ze het gebruik van geweld nooit als gerechtvaardigd middel om een doel te bereiken. Een paar geïnterviewde leerlingen en studenten kunnen zich echter wel vinden in de doelen van sommige terroristen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij antikoloniaal terrorisme, waarbij het gaat over de strijd tegen een koloniale onderdrukker of voor de onafhankelijkheid van een regio.  

Wat voelen leerlingen en studenten bij terrorisme? 

Over het algemeen zijn leerlingen en studenten niet bang voor terrorisme. Toch vreest 18,1% om slachtoffer te worden van een aanslag en is 38,7% bang dat een familielid of vriend slachtoffer wordt. De meesten hebben dan ook het gevoel dat het aantal aanslagen in Nederland zal stijgen in de toekomst. Aanslagen die verder weg plaatsvinden, veroorzaken minder angst dan aanslagen dichter bij huis. Toch kunnen alle terroristische aanslagen, ook al zijn ze ver weg, een impact hebben op de dynamiek binnen scholen en klassen. Zo gaf een 16-jarige student met een islamitische achtergrond aan te worden geconfronteerd met opmerkingen en grapjes nadat een organisatie als IS in het nieuws is geweest. Hierover vertelt hij: 

[Op de middelbare school] maakten ze grapjes (…) Zoals: ‘Op een dag ga jij dit ook doen [een aanslag plegen], toch?

Hoe geef je les over terrorisme? De historiserende aanpak 

Leerlingen en studenten gaven aan graag meer te willen leren over terrorisme dan ze nu doen. Leerlingen die les kregen over terrorisme zeiden dat hun eigen houding, en die van hun klasgenoten, veranderde door er meer over te leren. Zo hielp meer informatie ze om gebeurtenissen van schok en urgentie in perspectief te plaatsen en bleek het historiserende kader belangrijk in het bespreken van terrorisme. Deze nieuwe aanpak voor het omgaan met onderwerpen als terrorisme in het klaslokaal passen wij toe in ons lesmateriaal. Zo laten we in onze lessenserie Geschiedenis van terrorisme leerlingen en studenten kennismaken met de geschiedenis van terrorisme aan de hand van de golventheorie van David Rapoport

Wat kunnen we leren van deze resultaten?  

Wat allereerst opvalt in de resultaten is dat jongeren vaak in aanraking komen met heftige beelden, zoals van terroristische aanslagen, ook als ze daar niet naar op zoek zijn. Jongeren moeten behoed worden tegen de verspreiding en verheerlijking van terroristisch geweld. Om jongeren bewust te maken van hun socialemediagebruik en -gedrag hebben we een les gemaakt over grensoverschrijdende memes.   

De resultaten bieden een goed beeld van wat leerlingen en studenten weten, vinden en voelen van terrorisme. Hierdoor kunnen we ons lesmateriaal beter aan laten sluiten op hun belevingswereld. We hebben ook een dergelijk onderzoek uitgevoerd bij groep 7- en 8-leerlingen van de basisschool. Daar lees je hier meer over.  

Ondanks dat uit het onderzoek blijkt dat leerlingen en studenten positief zijn over de historiserende aanpak, hebben we in dit onderzoek niet precies vast kunnen stellen wat het effect van de aanpak is op de kennis, mening en emoties van leerlingen en studenten. Daarvoor is een andere onderzoeksopzet nodig, waarin we bijvoorbeeld de les geven en leerlingen/studenten voor en na de les een vragenlijst invullen. Dit was toentertijd niet mogelijk vanwege de coronapandemie, maar hebben we wel later in 2022 kunnen onderzoeken op middelbare scholen. Hierover zullen we later publiceren. Ook na dit onderzoek zullen we doorgaan met het bestuderen van het effect van de historiserende benadering en hoe die het beste toegepast kan worden in het klaslokaal. 

Meer weten?

Dit is een sterk ingekorte versie van het oorspronkelijke artikel over het onderzoek. Geïnteresseerd in de rest van het onderzoek? Lees dan het hele artikel:

Credits thumbnail

Nick Youngson (Alpha Stock Images), https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.nl 

Van verdeeldheid naar verbinding: moeilijke gesprekken aangaan in de klas. Het e-zine van TerInfo en Stichting School & Veiligheid is nu uit!

Heftige gebeurtenissen in de samenleving kunnen voor heel wat spanning zorgen in de klas of op school. Hoe ga je daar als docent, schoolleider of onderwijsprofessional mee om? Samen met Stichting School & Veiligheid hebben we de handen ineengeslagen om docenten hierover te informeren en te helpen. We creëerden het online tijdschrift, Van verdeeldheid naar verbinding; moeilijke gesprekken aangaan in de klas, vol met interessante artikelen en interviews.

Geschiedenis helpt


Zo vertelt Beatrice de Graaf hoe historische kennis houvast biedt bij een aanslag, oorlog of andere ontregelende gebeurtenis. Ze legt uit dat lastige onderwerpen vermijden in de klas zinloos is, want online komen kinderen en jongeren overal mee in aanraking. En dat het juist helpt om bepaalde gebeurtenissen in een bredere historische context te zetten om zo een bredere trend te begrijpen, wat een gevoel van begrip creëert en angst vermindert. Het artikel van De Graaf kun je hier lezen. 

Verharding van het debat


Ook kun je lezen over hoe om te gaan met polarisatie in de klas. Kees van den Bos onderzocht de verharding van het debat en legt uit waar dit vandaan komt. Daarnaast geeft hij ook een aantal tips voor wat je als docent kunt doen. Je leest het interview hier

Polarisatie in de klas


Welke onderwerpen zijn volgens docenten polariserend in de klas? Bjorn Wansink en Koen Damhuis vroegen het aan meer dan duizend docenten. Waar media soms een alarmerend beeld schetsen van polarisatie op middelbare scholen, waren de onderzoekers benieuwd naar in hoeverre dit beeld klopt en hoe leraren hiermee omgaan. Ze ontdekten o.a. dat leraren het bespreken van controversiële onderwerpen in hun klas belangrijk vinden en dit ook zeker niet uit de weg gaan. Lees hier meer. 

Verder lezen?


Benieuwd geworden naar deze en de andere verhalen in het magazine? Je leest het e-zine hier: https://terinfo.nl/ezine.

Credits thumbnail 

Illustratie: Gemma Pauwels 

TerInfo wint Brouwer Vertrouwensprijs van €100.000 van KHMW!

Fantastisch nieuws! Op 23 januari mocht TerInfo de Brouwer Vertrouwensprijs in ontvangst nemen t.w.v. €100.000. Deze jaarlijkse prijs van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (KHMW) is bedoeld voor hét maatschappelijke initiatief dat het onderling vertrouwen in de Nederlandse samenleving versterkt. De prijsuitreiking vond plaats tijdens de Jan Brouwer Conferentie in het Hodshon Huis in Haarlem.

TerInfo versterkt het vertrouwen in de samenleving op de korte en lange termijn 

De jury, die TerInfo unaniem koos als winnaar uit 60 inzendingen, is onder de indruk van de kwaliteit van het ontwikkelde lesmateriaal en de snelheid waarmee TerInfo inspeelt op de actualiteit, zoals de ontwikkelde lesbrief na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne in februari 2022. Wetenschappelijke effecten van de interventies op scholen laten bemoedigende eerste resultaten zien ten aanzien van de emoties en attitudes van de leerlingen. TerInfo levert, aldus de jury, een concrete en zowel op de korte als lange termijn gerichte bijdrage aan versterking van het vertrouwen in onze samenleving.

Kroon op ons werk

Het winnen van deze prijs voelt als de kroon op ons werk van de afgelopen jaren, en tegelijkertijd als blijk van vertrouwen in onze toekomstvisie en -plannen! Met dit prijzengeld kan TerInfo verder groeien en nog meer scholen in Nederland bedienen, meer actuele thema’s belichten, ons onderzoek voortzetten en uitbreiden en de resultaten delen met de doelgroep waar we het allemaal voor doen: de scholen.

Handvatten voor leerlingen én docenten

De Universiteit Utrecht publiceerde een artikel over het winnen van de prijs en sprak daarvoor ook met twee docenten die gebruikmaken van het materiaal van TerInfo. Zo vertelt Sandra Hakkesteegt, docent Maatschappijleer, dat TerInfo niet alleen de leerlingen helpt: ‘Ook voor ons als docenten biedt het handvatten om met leerlingen die zelf radicaliseren om te gaan. Zo is er veel aandacht voor wetgeving en leren we zo emoties los te koppelen van de feiten.’

Credits thumbnail

Stéphanie Driessen fotografie

Persbericht

Lees hier het persbericht van de KHMW. Een verslag van de conferentie, inclusief link waar je de livestream terug kunt kijken, vind je hier. Het juryrapport is hier terug te lezen.

De (on)voorspelbaarheid van terrorisme: Stochastisch terrorisme

De kans op een terroristische aanslag in Nederland is momenteel aanzienlijk (niveau 3 van de 5), stelt de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Dat betekent dat de NCTV een terroristische aanslag voorstelbaar acht. Tegelijkertijd blijft het niet te voorspellen waar en wanneer er een aanslag zal plaatsvinden, zeker wanneer mensen alleen opereren en niet deel uitmaken van een grote, georganiseerde terroristische organisatie. Waar het nog mogelijk is om dergelijke organisaties in de gaten te houden, is het lastiger om de kans in te schatten dat een lone wolf daadwerkelijk de daad bij het woord voegt en overgaat tot een aanslag. Wellicht kan ‘stochastisch terrorisme’, een begrip overgenomen vanuit de kansberekening, hier licht op schijnen.  

Waar statistiek en terrorisme samenkomen 

Om te begrijpen wat stochastisch terrorisme betekent, moeten we eerst naar de definities van beide woorden kijken. Stochastisch, allereerst, betekent willekeurig. In de statistiek wordt een kansvariabele of toevalsvariabele ook wel een stochast genoemd. Terrorisme, ten tweede, kent verschillende definities, maar volgens de NCTV betekent het ‘het uit ideologische motieven plegen van op mensenlevens gericht geweld, dan wel het aanrichten van maatschappij-ontwrichtende zaakschade, met als doel maatschappelijke ondermijning en destabilisatie te bewerkstelligen, de bevolking ernstige vrees aan te jagen of politieke besluitvorming te beïnvloeden.’ De begrippen zijn voor het eerst samengevoegd door wiskundige Gordon Woo, die gespecialiseerd is in de beoordeling en beheersing van extreme risico’s. Hij bedacht een manier waarop je als risico-analist kunt bepalen wat het ritme van terreur, d.w.z. het aantal aanslagen in een jaar, zal zijn. Volgens hem is er een verband tussen schijnbaar willekeurige terreurdaden en het beoogde doel ervan, namelijk ‘het bestendigen van een schrikbewind’ via manipulatie van de massamedia. Het ligt dus niet zozeer aan de hoeveelheid aanslagen die gepleegd worden of hoe groot de explosies zijn, maar aan hoe slim ze zijn uitgedacht (waar en wanneer ze plaatsvinden) om zoveel mogelijk mediarespons te genereren. Dit verband drukte hij uit in cijfers en gaf het de term ‘stochastisch terrorisme’. Een blogger met de naam G2geek nam deze term over, maar draaide het verband om: volgens hem kan juist massacommunicatie aanzetten tot geweld.  

Hoe kunnen we de huidige trend in terrorisme, ogenschijnlijk willekeurige terroristische aanslagen gepleegd door ogenschijnlijk willekeurige daders, verklaren?

Ogenschijnlijke willekeur

De term helpt om de huidige trend in terrorisme – ogenschijnlijk willekeurige terroristische aanslagen gepleegd door ogenschijnlijk willekeurige daders, vaak lone wolves – te verklaren. Als zij geen deel uitmaken van een terroristische organisatie, hoe zijn zij dan tot het idee gekomen om een aanslag te plegen? Precies volgens het verband dat blogger G2geek beschrijft: deze individuele daders radicaliseren door media en massacommunicatie. Dit gaat als volgt: een persoon of groep mensen wordt publiekelijk en herhaaldelijk zwart gemaakt. Dit kan gebeuren door politieke of religieuze leiders, maar kan ook in sociale mediakanalen of –groepen. Een grote groep mensen luistert naar deze zwartmakerij en (een deel) gaat geloven in de kwade bedoelingen van een persoon of groep mensen. Vervolgens is er een kans dat iemand uit die groep toehoorders overgaat tot geweld en een aanslag pleegt op de zwartgemaakte persoon of groep mensen. Deze dader is geïnspireerd geraakt en werd aangespoord door de zwartmakerij van de stochastische terrorist.   

De aanslagen die gepleegd worden door zulke eenlingen samen zijn statistisch voorstelbaar, maar apart van elkaar onvoorspelbaar: dat er geweld gepleegd zal worden is (statistisch gezien) waarschijnlijker geworden door de gewelddadige, veelal haatzaaiende retoriek, maar we kunnen onmogelijk zeggen waar en wanneer de aanslag zal plaatsvinden.    

Van anti-abortus extremisten tot Trump

Laten we kijken naar mogelijke voorbeelden van stochastisch terrorisme om dit beter te begrijpen. In 2009 werd de Amerikaanse arts George Tiller vermoord door een anti-abortus extremist. Tiller was de medisch directeur van een van de weinige abortusklinieken in de Verenigde Staten die abortus op een later tijdstip in de zwangerschap toestond. Tiller werd voor zijn moord herhaaldelijk zwartgemaakt in conservatieve talkshows op de radio en televisie. In het programma The O’Reilly Factor werd Tiller meerdere keren ‘Tiller the Baby Killer’ genoemd. Na de moord op Tiller werden artsen en abortusklinieken in de Verenigde Staten extra beveiligd. De moord zorgde voor een grote shock in de Amerikaanse samenleving, maar kwam niet uit de lucht vallen. Tiller was al eerder aangevallen door een anti-abortus extremist, zijn kliniek werd vernield en het debat over abortus is nog steeds ernstig verhit. Dat er iemand Tiller om het leven zou brengen was niet ondenkbaar door de haatcampagnes tegen hem, maar wie de daad zou plegen en wanneer het zou gebeuren was niet te voorspellen.   

Ook de voormalige Amerikaanse president Trump wordt regelmatig genoemd in artikelen over stochastisch terrorisme. De taal die Trump gebruikte om over zijn politieke tegenstanders en bepaalde migrantengroepen te spreken, wordt door verschillende mensen, zoals oud-overheidsfunctionaris en auteur Juliette Kayyem, bestempeld als stochastisch terrorisme. Een voorbeeld hiervan zijn Trumps woorden in de dagen voor de bestorming van het Capitool, die meer dan eens worden gezien als belangrijke aanstichting. Op 6 januari 2021 bestormde een grote groep Trump-supporters het Capitool nadat Trump beweerde dat Bidens overwinning in de Amerikaanse presidentsverkiezing was berust op fraude. Vooralsnog kunnen we niet zeggen dat Trumps woorden de directe aanleiding zijn geweest van de bestorming, want er zijn geen directe banden gevonden tussen Trump en de bestormers. Toch voldoet dit aan de definitie van stochastisch terrorisme: opruiende woorden van een invloedrijk individu, een publiek dat relatief makkelijk tot actie wordt aangezet en een werkelijke veiligheidsbedreiging tot gevolg. De Amerikaanse parlementscommissie concludeerde dan ook in haar onderzoeksrapport naar de bestorming dat Trump de belangrijkste aanstichter was.

Online fora als haatmachines

Het internet is een belangrijke factor in het verspreiden en faciliteren van haatzaaiende en opruiende berichten. Zo is het rechts-extremistische discussiebord ‘politically incorrect’ van het beruchte forum 4chan een duidelijk voorbeeld van stochastisch terrorisme. Op dit bord wordt regelmatig gefantaseerd over wat er gedaan moet worden aan het ‘vluchtelingenprobleem’. Vaak is het antwoord: ‘gewelddadige actie’, hoewel dat door de meeste forumgebruikers vanuit de anonimiteit wordt opgeschreven zonder dat zij daadwerkelijk overwegen om tot actie over te gaan. Maar wat nou als het niet bij woorden blijft, maar een forumgebruiker wél tot gewelddadige actie overgaat in het echte leven? Dit is geen gekke gedachte, want van verschillende rechts-extremistische terroristen is het bekend dat ze in de tijd voor de aanslag tijd doorbrachten op 4chan of andere rechts-extremistische online fora en hun manifest hierop publiceerden, zoals de aanslagplegers van de aanslagen in Charleston (2015), Pittsburgh (2018), Christchurch (2019), El Paso (2019) en Halle (2019). We kunnen dan voorzichtig concluderen dat deze fora als stochastische terroristen onderdeel hebben uitgemaakt van de radicalisering van de aanslagplegers. De haatzaaierij en verheerlijking van geweld beperkt zich tegenwoordig echter niet meer tot de krochten van het internet, maar bereikt ook het bredere publiek via meer mainstream sociale mediakanalen als Twitter, TikTok en Facebook.  

Zo maken deze ‘eenlingen’ toch deel uit van een netwerk: een netwerk van haat.

Een netwerk van lone wolves

Tot slot: wat hebben we aan de term stochastisch terrorisme? De term helpt ons om te begrijpen wat er aan de hand is in de wereld en hoe terrorisme kan ontstaan. Op het eerste gezicht zien we een heel aantal extremistische of terroristische eenlingen die gewelddadige aanslagen plegen. Dit maakt de dreiging van terrorisme ongrijpbaar. Als je dit bekijkt vanuit de lens van stochastisch terrorisme krijg je grip op dit fenomeen. Er is een mogelijke link tussen deze eenlingen, namelijk dat ze het product zijn van radicalisering door media en massacommunicatie. Ze worden niet direct aangestuurd door een groep of terroristisch leider, maar zijn gaan geloven in het kwaad van een individu of groep door de berichten die ze zien in de (sociale) media. Zo maken deze ‘eenlingen’ toch deel uit van een netwerk: een netwerk van haat. Dit begrijpen maakt het misschien niet direct makkelijker om eenlingen te stoppen, maar het leert ons wel meer over de bredere dynamiek: het gevaar van het doorsijpelen van haat. Stochastisch terrorisme laat ons zien dat we (online) haatzaaierij serieus moeten nemen vanwege de (on)voorziene consequenties die het met zich meebrengt en de steeds prominentere plek die het krijgt in het publieke debat. 

Verder lezen?

Credits thumbnail

Uitsnede van huisstijl van TerInfo.

Deze blog is geschreven door Mila Bammens, projectmedewerker bij TerInfo.

NCTV waarschuwt voor anti-overheidsextremisten en complotaanhangers

Op 7 november 2022 publiceerde de NCTV de 57e editie van het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN). Net zoals in de voorgaande jaren blijft het dreigingsniveau gehandhaafd op 3 van de 5: de kans op een terroristische aanslag is ‘aanzienlijk’. Het jihadisme vormt nog steeds de grootste terroristische dreiging in Nederland en ook blijven terroristische acties vanuit rechts-extremistische hoek voorstelbaar. Toch waarschuwt de NCTV ook voor nieuwe dreigingen, zoals het gevaar van anti-overheidsextremisten, waarvan een deel in complottheorieën gelooft en ze verspreidt.

In het rapport (pdf), dat deze week naar de Tweede Kamer is gestuurd, waarschuwt de NCTV voor een radicale groep anti-overheidsdenkers die zich vanuit woede, wantrouwen en onrechtvaardigheidsgevoel keert tegen de overheid. Deze groep ontstond ten tijde van de coronaprotesten, en is dan ook aan het afnemen sinds de coronamaatregelen worden afgebouwd. Toch blijft er een radicale onderstroom actief die zich niet alleen tegen de overheid keert, maar ook de politiek, media, wetenschap en het rechtssysteem wantrouwt. Ze sluiten zich steeds vaker aan bij protesten omtrent andere actuele onderwerpen, zoals het boerenprotest of het stikstofvraagstuk. Een deel van deze anti-overheidsextremisten hangt complottheorieën aan en verspreidt deze bewust. Doordat deze vaak worden gekoppeld aan actuele gebeurtenissen en bovendien veel worden herhaald, raken ze nog meer wijdverbreid. Dat is gevaarlijk, stelt de NCTV: de verspreiding en normalisering van complottheorieën kan leiden tot extremistische handelingen als opruiing, huisbezoeken, bedreigingen en geweld. Bovendien is bekend dat complottheorieën kunnen leiden tot een vermindering van het publieke vertrouwen in de instituties van de democratische rechtsorde. 

Kritische houding of gevaarlijk

Complottheorieën zijn dus potentieel gevaarlijk, maar ze vormen zeker geen nieuw fenomeen. Wel duiken ze de afgelopen jaren steeds vaker de kop op. Denk aan theorieën rondom het COVID-19-virus, het idee dat de wereld bestuurd wordt door een elite van reptielen of het idee dat de aarde plat isDe ene theorie is gevaarlijker dan de andere, maar toch kunnen ze desinformatie de wereld in helpen en de maatschappij ontwrichten. Complottheorieën beginnen misschien als kritische houding of met kritische vragen, maar slaan om in onkritisch denken wanneer ze bewijzen negeren, volharden en op irrationale wijze gericht worden tegen groepen of individuen.  

In de klas 

Om te zorgen dat jongeren goed geïnformeerd zijn over complottheorieën en deze in context kunnen plaatsen, bieden we in onze kennisbank al ruim een jaar artikelen aan van Theorielab, een multidisciplinair project van wetenschappers van de Utrecht Young Academy (UYA). Waarom dat zo belangrijk is, legt Yvonne Vercoulen (lid van de UYA en mede-initiatiefnemer van Theorielab) uit: ‘Theorielab wil leerlingen bewust maken van complottheorieën en hoe ze werken, zodat ze deze leren herkennen en meer weerbaar worden tegen deze gevaarlijke vorm van desinformatie.’ In de artikelen worden diverse complottheorieën op een laagdrempelige manier uitgelegd, in een context geplaatst, genuanceerd en ontkracht. Je kunt de artikelen gebruiken om je als docent in te lezen in diverse oude en actuele complottheorieën, hoe ze tot stand komen en waarom ze leiden tot problemen in de maatschappij. Ze helpen ook bij het beantwoorden van veelgestelde vragen van leerlingen. Daarnaast kun je de artikelen door je leerlingen laten lezen en zo gebruiken bij een les of werkvorm over complottheorieën.  

Omgaan met trauma in de klas

Bij TerInfo bieden we lesmateriaal aan over gevoelige en controversiële onderwerpen als terrorisme, geweld, en oorlog, zoals onze lesbrief over de moord op Samuel Paty of over de Russische invasie in Oekraïne. Voor leerkrachten kan het lastig zijn om dit soort onderwerpen in de klas te bespreken, omdat het meestal veel losmaakt bij kinderen. Naast hevige discussies en geschrokken reacties in de rest van de klas, kunnen deze onderwerpen bij getraumatiseerde leerlingen herinneringen aan de ingrijpende gebeurtenissen ophalen met mogelijk stress, agressief gedrag en hevige emoties als gevolg. Hoe ga je hier als leerkracht mee om en wat kan je doen om ervoor te zorgen dat getraumatiseerde leerlingen zich veilig voelen in de klas, ook als je onderwerpen als terrorisme, geweld en oorlog wil bespreken? 

Uit een studie van TNO (2016) bleek dat 45,4% van de leerlingen in groep 7 en 8 van reguliere bassischolen in Nederland één of meerdere ingrijpende gebeurtenissen heeft meegemaakt. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om mishandeling, getuige zijn van geweld, verwaarlozing, of een vechtscheiding van ouders. Iets minder dan de helft van deze ingrijpende gebeurtenissen vertaalt zich in een trauma. Op school kunnen leerlingen in aanraking komen met triggers, die hen herinneren aan traumatische gebeurtenissen, stressreacties kunnen oproepen en het lastig maken voor leerlingen om hun emoties en gedrag te reguleren. Met name controversiële en gevoelige onderwerpen zoals terrorisme, geweld, of de dood kunnen leiden tot triggers bij getraumatiseerde kinderen. Deze triggers kunnen echter verschillende vormen aannemen: niet alleen het behandelen van dit soort onderwerpen in de les kan herinneringen terughalen van traumatische gebeurtenissen, ook beelden, geluiden, geuren of zelfs aanrakingen kunnen triggers zijn (Minahan, 2019). Omdat triggers het leren en de ontwikkeling van getraumatiseerde kinderen kunnen belemmeren, vraagt dit om een verantwoorde en pedagogisch sensitieve manier van omgaan met getraumatiseerde leerlingen en het creëren van een veilig omgeving voor hen op school. Het blijkt echter dat leerkrachten zich vaak machteloos en gefrustreerd voelen als het gaat om omgaan met getraumatiseerde leerlingen en hun gedrag (Coppens et al., 2016). In dit artikel geven we een aantal tips voor het bespreken van gevoelige onderwerpen, maar gaan we ook in meer algemene zin in op hoe je als docent om kan gaan met trauma in de klas.  

Traumasensitief onderwijs

Traumasensitief onderwijs draait met name om bewustwording van de impact van ingrijpende gebeurtenissen en trauma’s op het dagelijkse leven van kinderen. Hieronder valt zowel het herkennen van trauma’s als het erkennen van de gevolgen van deze gebeurtenissen, en op een ondersteunende manier omgaan met leerlingen om hun veerkracht te vergroten. Een belangrijke kanttekening die Coppens, Schneiderberg en Kregten in hun boek (2016) over lesgeven aan getraumatiseerde kinderen plaatsen, is dat traumasensitief onderwijs geen taak is van individuele leerkrachten, maar vraagt om een schoolbrede aanpak. Zij noemen een aantal elementen van traumasensitief onderwijs die samen als doel hebben de veerkracht van getraumatiseerde leerlingen te vergroten. Deze veerkracht zorgt er bijvoorbeeld voor dat een confrontatie met herbelevingen of negatieve gevoelens een minder groot en blijvend effect hebben op de ontwikkeling van getraumatiseerde kinderen. Veerkracht is niet een vast gegeven, maar is dynamisch en kan sterker worden onder positieve omstandigheden zoals een veilige thuissituatie en stabiele relaties met betrokken volwassenen. Voor leerkrachten van getraumatiseerde kinderen staan een aantal elementen centraal die de veerkracht van het kind kunnen vergroten (Coppens et al., 2016).  

Het waarborgen van veiligheid en vertrouwen op school en in de klas is één van de belangrijkste onderdelen van traumasensitief onderwijs, maar tegelijkertijd ook één van de moeilijkste.

Herkennen: Kennis over trauma

Het eerste element betreft kennis over trauma. Wanneer je als leerkracht begrijpt welke effecten trauma heeft op de sociale, emotionele, en academische ontwikkeling van kinderen, kan je dit beter herkennen en vervolgstappen ondernemen (Terrasi & De Galarce, 2017). Post-traumatisch gedrag is echter soms lastig te herkennen, omdat het veel gelijkenissen vertoont met bijvoorbeeld ADHD of ADD. Gevolgen van trauma kunnen bijvoorbeeld zijn: agressief gedrag, impulsiviteit, of het niet onder controle hebben van emoties. Het herkennen van dit soort gedrag als mogelijk gevolg van trauma is van belang zodat het gedrag op de juiste manier kan worden aangepakt. Wanneer je je als leerkracht inzet om leerlingen met een trauma te begrijpen, kan je een klimaat waarborgen waarin getraumatiseerde leerlingen kunnen leren en zich optimaal kunnen ontwikkelen.  

Erkennen: de traumabril 

Ook door trauma bij leerlingen te erkennen en door gedrag en situaties te bekijken door een zogenaamde ’traumabril’ (Coppens et al., 2016), kan je als leerkracht bijdragen aan de veerkracht van het kind. Daarnaast is erkenning van trauma van belang voor het voorkomen van herbelevingen en stress en het adequaat reageren op afwijkend gedrag. Vooral wanneer je gevoelige of controversiële onderwerpen bespreekt in de klas, is het belangrijk om te erkennen dat er leerlingen zullen zijn voor dit kan zorgen voor stress en herbeleving van hun trauma. Door hen van tevoren in te lichten over het onderwerp, even extra op ze te letten, of hen niet mee te laten doen met de les, kan je als docent rekening houden met de behoeftes van getraumatiseerde leerlingen.

Veiligheid en vertrouwen 

Het waarborgen van veiligheid en vertrouwen op school en in de klas is één van de belangrijkste onderdelen van traumasensitief onderwijs, maar tegelijkertijd ook één van de moeilijkste. Het gevoel van veiligheid en vertrouwen is subjectief en kan sterk worden beïnvloed door ervaringen van getraumatiseerde leerlingen en zelfs door de kleinste triggers als geuren of beelden. Het kan daarom erg lastig zijn voor leerkrachten om leerlingen dat gevoel veiligheid en vertrouwen te geven. Toch zijn er een aantal punten waar je als leerkracht op kan letten. Ten eerste is het wegnemen van vermeende dreiging bij de leerling belangrijk. Door te werken aan een veilige relatie met de leerling kan je als leerkracht veel winnen. Hierbij zijn non-verbale communicatie, aandacht voor succeservaringen, en het aansluiten bij talenten en interesses belangrijke elementen. Daarnaast dragen ook routines en voorspelbaarheid in de klas bij aan het gevoel van veiligheid en vertrouwen van getraumatiseerde leerlingen. Hele duidelijke regels en verwachtingen helpen om de voorspelbaarheid te vergroten. Ten slotte is het ook belangrijk om negatieve gedachten en negatief gedrag bij leerlingen te voorkomen. Met name complimenteren en negatieve feedback geven volgens de sandwichmethode (positief – negatief – positief) kunnen verkeerde interpretatie van docentengedrag door de leerling voorkomen en het gevoel van competentie bij de leerling vergroten (Minahan, 2019). 

Andere elementen 

Andere elementen die de veerkracht van getraumatiseerde kinderen kunnen vergroten zijn het inzetten op zelfregulatie van getraumatiseerde leerlingen en de samenwerking tussen alle betrokken volwassenen, zoals ouders, leerkrachten, en hulpverleners (Crosby, 2019). Hoewel traumasensitief onderwijs met name gericht is op leerlingen, is het daarnaast ook erg belangrijk dat je als leerkracht zorgt voor jezelf en aan je eigen welzijn denkt. Traumasensitief onderwijs kan veel vragen van betrokkenen en kan leiden tot stress en uitputting. Steun van anderen, een luisterend oor, en ontspanning spelen een belangrijke rol bij het voorkomen van mogelijke negatieve gevolgen van traumasensitief onderwijs voor leerkrachten.  

Bronnen 

Verder lezen?  

Credits thumbnail 

Geralt (Pixabay), https://pixabay.com/nl/service/terms/ 

Deze blog is geschreven door Marijn Vleeskens, student-assistent (22-23) bij TerInfo en docent maatschappijleer in opleiding.

Actueel: was de moord op Peter R. de Vries terrorisme?

Wanneer er in de lesplannen of lesbrieven van TerInfo wordt gesproken over terrorisme of over terroristische aanslagen, volgen we de definitie van terrorisme van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV): ‘Terrorisme is het uit ideologische motieven plegen van op mensenlevens gericht geweld, dan wel het aanrichten van maatschappij-ontwrichtende zaakschade, met als doel maatschappelijke ondermijning en destabilisatie te bewerkstelligen, de bevolking ernstige vrees aan te jagen of politieke besluitvorming te beïnvloeden.’ Bij sommige gebeurtenissen, zoals de aanslagen in Christchurch of in Boston, is er weinig twijfel over mogelijk dat het gaat om terrorisme vanwege de ideologische motieven van de daders en de maatschappelijke gevolgen. Soms is het echter lastig te bepalen of het gaat om terrorisme, bijvoorbeeld wanneer er twijfel is over de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte of wanneer de dader zelf overlijdt bij de gebeurtenis, maar ook wanneer georganiseerde misdaad een grote impact heeft op de samenleving. 

Onlangs bestempelde het OM de moord op Peter R. de Vries als terrorisme. Twee van de drie verdachten worden aangeklaagd wegens hun betrokkenheid bij moord met een terroristisch oogmerk. Het gaat om de mannen die de omgeving voor de aanslag hebben verkend en naderhand beeldmateriaal hebben gemaakt en verspreid. Opvallend is dat de verdachte die de moord zou hebben aangestuurd en de vermeende schutter vooralsnog niet zijn aangeklaagd voor terrorisme.  

Eerder werden de verdachten in de zaak nadrukkelijk in verband gebracht met de georganiseerde misdaad. Daarnaast zijn ze geen lid van een terroristische groepering of hebben ze zich uitgesproken over ideologische motieven. Toch spreekt het OM van een ‘misdaad met terroristisch oogmerk’ omdat de moord op Peter R. de Vries volgens het OM het doel had de Nederlandse bevolking angst aan te jagen. Hierin speelt mee dat de aanslag is gepleegd op een drukke plek en tijd, en dat de beelden van het moment direct na de aanslag bewust en strategisch werden verspreid. De context van de aanslag en gevolgen van de misdaad spelen dus voor het OM een belangrijke rol in het bestempelen van de moord als terroristische aanslag. De verdediging noemt echter dat de verdachten geen ideologisch of religieus motief hadden en dat zij met de aanslag ook niet tot doel hadden om de politieke besluitvorming te beïnvloeden. Volgens de advocaten van de verdachten was hier dus geen sprake van terrorisme, maar van een onderwereldmoord.  

Deze week bleek dat de twee zaken tegen de in totaal vijf verdachten voortaan gelijktijdig worden behandeld. Beide zaken worden ondergebracht bij dezelfde rechters en kunnen zo worden samengevoegd. Dit betekent overigens wel dat een uitspraak nog maanden op zich kan laten wachten. 

In de klas

Het voorbeeld van Peter R. de Vries is een actuele gebeurtenis die de discussie rondom de definitie van terrorisme inzichtelijk maakt voor leerlingen. In de klas kun je deze zaak dan ook gebruiken als discussiepunt bij de les ‘Wat is terrorisme?’. Ga de kenmerken van terrorisme één voor één af met leerlingen en bespreek waarom hier in deze zaak wel of niet aan wordt voldaan. Zoals we in deze blog hebben proberen te laten zien is er niet één antwoord goed, en zijn er verschillende opvattingen over wanneer een gewelddadige actie kan worden bestempeld als terrorisme.  

300 scholen werken met TerInfo!

Hoera! 300 scholen werken met materiaal van TerInfo! 

TerInfo is opgericht als een project om docenten te helpen bij het bespreken van terrorisme in de klas. Dit begon in 2018 met een pilot op vijf Utrechtse scholen. Inmiddels wordt ons materiaal door heel het land gebruikt en maken we naast terrorisme ook onderwerpen als politiek geweld, grensoverschrijdende memes en complottheorieën bespreekbaar in de klas. Vorige week meldde de 300ste school zich bij ons aan, en daar zijn we trots op! 

Maak jij nog geen gebruik van het lesmateriaal van TerInfo? Vraag dan een gratis account aan!

Omgaan met controversiële onderwerpen in de klas: vier strategieën 

Scholen zijn verplicht om leerlingen op te leiden tot democratisch, kritisch denkende burgers. Maar het bespreken van en het lesgeven over controversiële onderwerpen, zoals het Israëlisch-Palestijns conflict, COVID-19 of complottheorieën, kan lastig zijn. Hoe kun je dit soort onderwerpen het beste bespreken? Wanneer ga je wel en niet in op opmerkingen van een leerling? Hoe zorg je dat een polariserend onderwerp de klas niet verder splijt? Voor het bespreken van dit soort onderwerpen bestaat geen eenduidige aanpak. Toch zijn er diverse strategieën die je kunt toepassen, met ieder zijn voors en tegens 

Patist en Wansink (2017) hebben een reactiekwadrant ontwikkeld dat laat zien op welke verschillende manieren je om kunt gaan met controversiële reacties van leerlingen. De horizontale as vertegenwoordigt de relatie die de docent heeft met de leerling, of met de klas. Deze as loopt van ‘verzwakking van de relatie (-)’ tot aan ‘versterking van de relatie (+)’. De verticale as van het kwadrant vertegenwoordigt in hoeverre de docent het onderwerp inhoudelijk bespreekt. Bovenin (+) richt de docent zich op het volledig inhoudelijk bespreken van het onderwerp en onderin (-) gaat de docent, al dan niet bewust, niet of minder in op het onderwerp. Als docent kun je voor verschillende strategieën kiezen, wat invloed heeft op de relatie met je klas én op de inhoud van je les. In deze blogpost nemen wij je mee in de voor- en nadelen van de vier verschillende strategieën. 

Cool-down

Bij de cool-down strategie kies je er bijvoorbeeld voor om de leerling die een extreme opmerking maakt de klas uit te sturen of om de reactie van de leerling te negeren. Deze strategie is linksonder terug te vinden in het reactiekwadrant, waarbij je ziet dat het een negatieve invloed heeft op de inhoud en de relatie met de leerling die over de grens gaat. Het nadeel van deze aanpak is dat deze leerling zijn of haar emoties niet kan uiten of bespreken, wat een negatief effect heeft de relatie tussen de leerling en docent. Bovendien ga je niet in op de inhoud en blijft het onderwerp daarmee onbesproken. Aan de andere kant communiceer je naar de rest van de klas wel een duidelijke norm: je laat zien dat je dit soort reacties niet tolereert in je klas. Bovendien geef je, door de leerling de klas uit te sturen, jezelf de tijd om het aangaan van de confrontatie voor te bereiden en om even afstand te nemen en letterlijk af te koelen. Emoties kunnen namelijk hoog oplopen in dergelijke situaties, zowel bij jou als docent als bij de leerling.  

Counter-narrative

Zet je in op het vrijwel meteen aanbieden van een ander narratief voor de leerling, dan pas je de ‘counter-narrative’ strategie toe. Jij doet dan je best om de leerling er meteen van te overtuigen dat het narratief dat hij of zij heeft fout is. Een nadeel van deze strategie kan zijn dat de emoties en de opvattingen van de leerling genegeerd worden. Bovendien is de kans dat je de leerling (meteen) overtuigt klein. Daarbij is het belangrijk om te beseffen dat er een reële kans is dat de relatie tussen jou en de leerling verslechtert, doordat je de ideeën van de leerling niet verder onderzoekt. Vindt de leerling echt dat corona een hoax is? Of is de leerling angstig, omdat de situatie onzeker is en er geen uitzicht is op zekerheid? Daartegenover staat dat je bij deze strategie als docent controle houdt over het gesprek. Het voordeel daarbij is ook dat de andere leerlingen in de klas niet alleen het verhaal van de leerling horen, maar ook wat jij wil vertellen. Zoek naar rationele criteria en betrouwbaar bronmateriaal om het gesprek vorm te geven. De ‘counter-narrative’ strategie is te vinden linksboven in het reactiekwadrant en richt zich dus voornamelijk op het bespreken van de juiste inhoud.  

Relativisme

Een andere strategie is het stellen van open vragen om het gesprek met de leerling te starten. Deze strategie bevindt zich rechtsonder in het kwadrant. Door de leerling aan het woord te laten, is er ruimte om emoties en zorgen te delen. Daarbij is het ook van belang om aandacht te besteden aan de emoties en zorgen van de rest van de klas, door ze bijvoorbeeld hun argumenten en standpunten te laten opschrijven. Bij het toepassen van deze strategie verslechtert de relatie tussen jou en de leerling(en) niet, omdat zij het gevoel hebben dat ze serieus worden genomen (relatie +). Zorg er uiteindelijk wel voor dat jij zelf bewijs zoekt of de leerlingen bewijs laat zoeken voor de gegeven argumenten en standpunten. Doe je dit niet, dan kan het lijken dat alle standpunten en onderbouwingen gelijkwaardig zijn. Hierdoor kunnen leerlingen beïnvloed worden door ideeën uit complottheorieën en ideeën die gebaseerd zijn op desinformatie (content -). De strategie ‘relativisme’ is rechtsonder te vinden in het reactiekwadrant en richt zich op het naar boven halen van de verschillende perspectieven.  

Argumentatie

Een andere strategie is om de leerlingen hun standpunten met een kritische blik te laten evalueren. Dit is de ‘argumentatie’ strategie en is rechtsboven te vinden in het kwadrant. Hiervoor heb je als docent wel genoeg kennis nodig over het onderwerp. Je moet boven de stof staan, anders kun je niet genoeg informatie geven om de leerling kritisch te laten kijken naar zijn eigen standpunten. Een klassikale discussie kan de leerlingen helpen om hun eigen perspectieven te heroverwegen. Een startvraag voor deze discussie kan zijn: ‘Laten we eens kijken of we op feiten gebaseerde informatie kunnen vinden over de positie van Israël in het Israëlisch-Palestijns conflict, en zien of we het eens kunnen zijn met de verklaring of hebben we een behoefte om het te wijzigen?’ Zorg er wel voor dat de discussie open blijft en je niet elkaar blijft overtuigen, zonder naar elkaar te luisteren. Een belangrijke noot bij het toepassen van deze strategie is dat de leerlingen wel enig begrip moeten hebben van concepten zoals feit, mening, betrouwbaarheid (van (online) bronnen) en argumentatie. 

Een tip is om te beginnen met het erkennen van het gevoel dat de leerling heeft en dit proberen te begrijpen. De leerling kan bijvoorbeeld zorgen hebben over een bepaald onderwerp. Deze zorgen kunnen dan een aanknopingspunt zijn voor verder onderzoek naar het perspectief van de leerling. Op basis van betrouwbare informatie kun je in gesprek gaan met de leerling over waarom het desbetreffende onderwerp lastig en beladen is en waarom het zoveel controverse oplevert. Deze strategie is rechtsboven in het reactiekwadrant te vinden, omdat zowel de relatie versterkt als de inhoud besproken wordt.  

Is een discussie altijd constructief?

Discussie in de klas kan ook nadelen hebben, omdat controversiële onderwerpen altijd nauw verbonden zijn met de identiteit van een leerling. De leerling is dan minder geneigd om reflectief deel te nemen aan de discussie. Daarnaast kan het bespreken van ‘extremen’ ook nadelig zijn, omdat het gevoel kan ontstaan dat er alleen maar ruimte is voor het ene ‘extreem’ tegenover het andere ‘extreem’. Het is belangrijk dat je goed nadenkt over hoe je het onderwerp aanbiedt en introduceert. Een voorbeeld van zo’n methode is door gebruik te maken van een historiserende aanpak. Het bespreken van het onderwerp vanuit de historie zorgt ervoor dat het de leerlingen niet direct beïnvloedt en dat ze minder emotioneel betrokken zijn. De leerlingen worden hierdoor gestimuleerd om te discussiëren, kritisch te denken en om zich in te leven in meerdere perspectieven.  

Daarnaast kan het gebeuren dat leerlingen standpunten verdedigen door het aanhalen van informatie uit complottheorieën. Om te voorkomen dat dit complotdenken versterkt, is het belangrijk dat je nagaat welke feiten je wilt meegeven, bijvoorbeeld over coronavaccins, en niet ingaat op de mythe die de leerlingen vertellen. Als docent is het altijd goed om in je achterhoofd te houden wat het effect kan zijn van lesgeven over complottheorieën, omdat je ook de interesse in het onderwerp bij de leerling kunt vergroten. Je kan dan ook kiezen om de triggers te bespreken, zoals de angst voor het onbekende. Belangrijk hierbij is dat je je focust op wat de verbindende factor is in plaats van dat je benadrukt wat de verschillen zijn.  

Conclusie

Het is belangrijk om te beseffen dat jij als docent de diepgaande maatschappelijke problemen, die de leerling mogelijk ervaart, niet kunt oplossen. Maar je kunt de leerling wel helpen om het probleem verder te onderzoeken en hem of haar bewust te maken van zijn of haar eigen verantwoordelijkheden. In alle gevallen is het onderhouden van een goede relatie met de leerling belangrijk. Daarnaast willen leerlingen autonomie ervaren om de wereld beter te maken. Stimuleer de leerlingen om te bedenken wat ze zelf kunnen doen tegen polarisatie in de maatschappij. 

Zoals eerder gezegd is er geen eenduidige strategie om controversiële onderwerpen te bespreken en de reacties van leerlingen die daarbij horen aan te pakken. Het hangt af van de docent, maar zeker ook van de leerlingen en de situatie in de klas. Daarbij moeten docenten vaak in een split second en onder hoge druk een reactie geven. Het reactiekwadrant kan je helpen navigeren door en reflecteren op verschillende strategieën.   

Verder lezen?

Deze blog is geschreven door Yvon Wennekers, stagiair bij TerInfo (2022) en docent mens en maatschappij.